Mauriske uit Bisseghem !

Onrustwekkende verdwijning krijgt happy-end ! 

(Kortrijk, van onze verslaggever).

Tijdens het Kerstweekend werd het ingedommelde boerendorpje B., een deelgemeente in de Kortrikske feaubourg, opgeschrikt door een onthutsende verdwijning. Gelukkig kende deze een gunstige afloop.

Wij stuurden onze correspondent naar de plaats des rampspoed.

Gezien de getroffen familie begrijpelijk nog in shock was werd hij te woord gestaan door ene C.R., alias Christiaan, een goede kennis en vertrouweling van het knus toonbeeldgezinnetje. Een gezinnetje waar men stil en ongedwongen alles voor malkander doet. Hij gaf ons, eveneens nog zwaar aangedaan, volgend relaas:

“De feiten”, stak hij van wal.
“Als sociaalvoelend, kunstzinnige en door de inwoners alom geliefde familie had het gezin S.V.C. zoals zovelen het loofwaardig initiatief genomen om tijdens de lockdown hun vensterbank te tooien met hun grote collectie knuffelbeertjes. Dit ter verstrooiing van de voorbij wandelende kinnekes en hun oppassende ouders die er graag een spelletje van maken deze spelenderwijs op te tellen, zeg maar een amusante en olijke berenjacht. Eén van hun pluchen spruiten, de kloeke wit donzige beer genoemd Mauritius (minzaam vaak ‘Mauriske’ genoemd), hadden ze zelfs aan de voordeur geplaatst. Wat verscholen tussen het, het zij gezegd, nogal welig tierend groen aan hun voorportaal. Mauritius werd in korte tijd zeer populair, en frequent gefotografeerd samen met de lachende kindjes, een beetje zoals Donald Duck in Euro Disney. De familie had daar geen enkel bezwaar bij, integendeel, een lichtje vreugde in deze duistere tijden.

Nu. Toen de pater familias op Kerstdagmorgen de kat en het kanariepietje van de vrouw des huizes buitenliet en tevreden geeuwend zijn bloeiende en groeiende flora aanschouwde, merkte hij ontzet dat beer Maurice verdwenen was. Hij zag geen enkel spoor, enkel een professioneel doorgesneden touwtje waaraan ze het beestje ter zijner beveiliging hadden opgehangen. Wat in paniek organiseerde hij onmiddellijk een familieraad.

Gelukkig was hij zo wijs ook mij te verwittigen. Ik spoedde me stante pede ter plaatste. De getroffenen zaten treurend in tranen gehuld geschaard rond de open haard die vrolijk knetterde. Voor het Sint-Antoniusbeeld brandde alreeds een dikke kaarsje. Ik besefte dat van mij een kordate aanpak werd verwacht. Na enkele dreupels (je wordt er altijd goed ontvangen, vooral door de vrouw des huizes, meneer  gedraagt zich iets knorriger) sprak ik ferm: ‘Dit is geen kattenpis! Politie!’.

Ik nam onmiddellijk mijn gsm en belde onze burgervader.

Q, in de volksmond Stickie Quickie, als ervaringsdeskundige eveneens den baas van criminele, ontucht en drugszaken, kind aan huis in de Kortrijkse onderwereld, was direct bij de pinken. Zo kennen we hem, de uitgeslapen Quickie, altijd beschikbaar, alles voor zijn onderdanen, geen woorden maar daden. Een echte weldoender.

Nog geen tien minuten later kwamen er vier combi’s voorgereden. Stickie Quickie stelde zijn manschappen verdekt op, nam direct plaats aan de keukentafel, sloeg enkele whisky’s achterover, kneep geniepig in de dijen van de aangenaam verraste vrouw des huizes, keek meewarig naar de vintage luchter en in de ogen van de Witrussische bloedhond, en besliste hard op de tafel kloppend: “Een taskforce. Een klopjacht. Buurtonderzoek. DNA-afnames. Child and Bear hood verwittigen, en portretten verspreiden.” Kordaat, duidelijk, eenheid van commando, 11 miljoen allemaal tesamen, den blok erop. Hij riep er zijn Oberhauptmann Heinrich, een achterneef van H. Himmler, bij, die in een vloek en een zucht de taken verdeelde. Ondertussen waren er talrijke behulpzame buurmannen en buurvrouwen toegestroomd. Ik zag de whiskyvoorraad schrikwekkend slinken, maar gelukkig vond mevrouw S.V.C., die zich in de volksmond Mariette laat noemen, nog in diverse hoeken en kanten menige halflege flessen. Wie wat spaart, die heeft wat over.

Ik werd ingedeeld bij de Sectie Buurtonderzoek. Samen met een gozer die ik veel te goed kende, een zekere W.M., berucht en gevreesd onder de bijnaam ‘de jarretellenkoning’, een nogal wuft heerschap, met een opdringerig slecht karakter, maar naar het scheen zeer goed vertrouwd met de Kortrikske politieke onderwereld. Hij snauwde mij af : “Doe gij maar de huisbezoekskes, ik doe de chaussée damoer van Ulste, om mijn licht op te steken in de open zijnde etablissementen van lamoer pur toejoer.” Ik vroeg me nog af, welke, gezien de lockdown?, maar met forse tred was hij reeds met zijn krakkemikkige velo zonder luchten, zonder belle en zonder freins weg richting de chaussée damoer van Ulste.
Ik deed mijn plicht. Werd overal goed ontvangen, iedereen voelde mee. Niemand had iets verdachts gezien. Bij één gezinnetje, was er ook een knuffeltje, een leuk zwart berinnetje, zoekgeraakt maar dit werd door de ouders weggelachen als ‘misschien weggewaaid door de storm Berta’. Ook het kleine bazinnetje tilde er niet aan, had nog een uitgebreid arsenaal.
Het avondoverleg verliep woelig. De klopjacht had niks opgeleverd, de portretten slechts enkele niet bruikbare tips. En ook enkele misplaatste grappen. O.a., van een zekere Eddy uit het kwartier milliardaire, een snoeshaas buiten categorie, die pertinent beweerde dat hij Mauritius op de voetbal in de Vee-K had gezien. Triestig dat sommige paljassen zo reageren.
Er ontstond nog een weinig smakelijke discussie toen de jarretellenkoning zijn onkostennota wilde verzilveren. Een exuberante som. Zijn opmerking dat hij enkel aan diepteonderzoek op de chaussée damoer van Ulste deed werd weggelachen.

Nacht brengt raad, dachten we. We verlieten schouderkloppend de familie.

Stickie Quickie was aan psychische bijstand toe en had daarvoor burgermoeder Ruthie opgevorderd. Maar W kwam ook mee, zodus, van de bijstand kwam niets in huis, wel van W zijn ‘bijstand’, als waakhond van de belaagde burgermoeder Ruthie. Kwatongen verspreiden roddels over de waakhond en zijn ‘beschermheilige’ zogezegd… Wat er ook van zij, de raven zullen het ooit uitbrengen.

Des avonds bleef ik door piekeren. Ik stopte mijn Holmes’pijp, plaatste me bij het haardvuur en dacht diep na. Humm… Die plotse vrijwilligheid van Mauriske om in de gure buitenlucht koude, regen en vrieskou te trotseren…overdreven ijver is steeds verdacht. En ook dat lieftallig verdwenen zwartgekleurd berinnetje…Cherchez la femme, besloot ik.

Na een rusteloze nacht was ik reeds zeer vroeg op de plaats-delict. Gewapend met mijn Van Zwam loupe inspecteerde ik nog eens grondig Mauriskes gebonden standplaats. Storm Berta had vele sporen uitgewist. Toch vond ik enkele witte pluisjes. En wat verderop een zwart oorlokje. Ik speurde verder. Oei, in een haag een uitgelikte honingpot. De gevallen brokjes volgend naderde ik stilaan de Leie, waar naar ik wist nog talrijke verlaten roterijhangars stonden. Met wat verbeelding een stalletje. Boven één ervan stond een ster, nog goed zichtbaar in het halfduister. Ik stapte flink door en hoorde plots wat op een baby-gekrijs leek. Onvervaard stampte ik de verroeste toegangspoort open, en Jawel hoor”.

Hier stokte C.R. wat, ging aan het huilebalken, barstte tenslotte in bittere tranen los. Ik liet hem snikken en tot rust komen. Door hevige emoties overmand begon Christiaan zijn zinnen te verliezen. Ten prooi aan een vlaag van waanzin, opende hij zijn gulp, haalde zijn geslacht boven, zwaaide ermee in het rond, vloekte en tierde dat horen en zien verging. Ik kon hem kalmeren, zijn gulp weer toe ritsen. Zich vermannend vervolgde hij: “Een wonder!!! Onze Mauritius, die glunderend met naast zich een vermoeid maar breed glimlachende berinnetje een zwart-wit welpje aan het knuffelen waren!!. ” Maurice verontschuldigde zich dat hij niet verwittigd had…maar kom, het tafereel was te mooi om hem berispend toe te spreken.

De rest is geschiedenis. De hulpdiensten alsook de ondertussen opgeroepen special forces waren vlug ter plaatse, alsook de chief commander geflankeerd door de burgervader en door burgermoeder Ruthie gechaperonneerd door de onvermijdelijke W, die prompt de nodige flessen champieter ontkurkten.

De familie S.V.C, Mariette inbegrepen, verklaarde zich ontroerd bereid het nieuwe gezinnetje een passende thuis te bieden.

Vele sympathisanten brachten inmiddels geschenkjes aan. Ook weer de genaamde Eddy uit Qortrik, de grootste spelmaker uit het kwartier milliardair, die zich potsierlijk als een oostelijke wijze, de zwarte Balthazar, had vermomd en een waterpijp plus pakje pijptoebak meehad, maar dit kon de pret niet storen.

Zeer vervelend was nog wel het gedrag van jarretellenkoning W.M. die per se opnieuw terugbetaling van zijn onkosten eiste. Kom nou, hij beweerde dat het 250 € per consummatie was geweest, ginds op de chaussée damoer van Ulste.
Hij had een tiental bonnetjes, de buffel.

Maar, praise the Lord! Eind goed, al goed!.

Edgard J-P.

Over Franz K

satire.humor.fabels. 0475368415
Dit bericht is geplaatst in Ingezonden column. Bookmark de permalink.