Ruth !

Nonkel Corona op bezoek in Qlown Town.
Burgermoeder Ruth heeft het druk, druk, druk, maar niet omwille van corona.

Volgens de Kortrijkse burgermoeder is er niets aan de hand met het bezoek van nonkel corona aan Kortrijk, en verloopt alles naar wens in de Veiligste stad van de Vlaanders.
Burgermoeder Ruth heeft wel enkele andere en veel dringender besognes.
Ruth vertelt.

Burgermoeder Ruth : “Tja, corona, onze stad kleurt bloedrood en dat is de kleur van de passie en van de liefde. Corona, allemaal goed en wel, maar ik heb nu andere katten te geselen. Zoals mijn nieuwe burgemeesterswaardige kledij. Zondag laatsleden ben ik, samen met een intieme vriend, afgedaald in de Kortrijkse winkelstraten op jacht naar burgemeesterswaardige kleren. Gewapend met de kredietkaart van onze stadspenningmeester met een limiet tot 7.900 euroots, trokken wij op klerenrooftocht. Zo heel veel is dat niet 7.900 euroots, en ik mocht alvast Armani en Versace overslaan. Dan maar naar een 2de klasse zaak in de K. Niet dat ik de chique madam wil uithangen, ik ben voor retro en casual, maar voor de ontvangst van ambassadeurs, staatshoofden, Trump en andere gekroonde hoofden mag het iets meer zijn. Een rokje tot redelijk ver boven de knie, een gewaagd decolleteetje en een zwoele parfum met nostalgische geur zoals de odeklonje 4711 van Petra De Sutter kunnen hoogwaardigheidsbekleders en gestelde lichamen wel in de mood brengen om ze rond mijn pink en kontje te draaien en er zaken mee te doen in het belang van mijn onderdanen. Mijn tweede zorg was de parachutering van een nagelnieuw schepentje. Ik had de keuze uit drie waardige kandidaten : Koen Byttebier, Wouter Allijns en Stefanie Demeyer, in de volksmond Stefanie Sleutelgat. Met Byttebier was ik rap klaar. De man is de 60 gepasseerd, nog geen oude zak, daar niet van, maar Koen moet zijn vrouw dienen in zijn kantiene. Daar valt niet over te parlesanten. Wouter Allijns, dat was een ander paar mouwen. Het jochie laat zich zomaar niet in de hoek zetten waar de stofzuiger staat. Allijns heeft dan ook dagenlang mijn deur platgelopen, samen met zijn pappie, en dat liep niet van een leien dakje. Belaging is een te groot woord, maar het was op het randje van de politieke en zedelijke welvoeglijkheid. Wouter beweerde bij hoog en bij laag, en zijn pappie ook, dat hij als eerste in aanmerking voor schepentje kwam omdat hij, volgens zijn berekeningen en die van zijn psychotherapeut, in 2036 burgemeester zal worden. Geen dag later. De inloopperiode moet nu beginnen, zo dreigden ze mij af. Nu ! Ten einde raad ben ik bij Vincent te rade gegaan en wat bleek ? Volgens Vincent laten de geloofsbrieven van Allijns veel te wensen over, méér zelfs, ze zijn ronduit slecht, minstens ontoereikend en frauduleus. De kous was meteen af. Er bleef alleen Stefanietje over. Ze kreeg een halve dag bedenktijd maar dat was niet nodig, na drie seconden zei ze ja en kwam terstond klaar. Van Stefanie ga ik geen kwaad woord zeggen, het meiske is doodgelukkig, vooral met het schepenloontje dat het viervoudige is van haar huidig postje, en dàt omzeggens zonder werken, want ik pak 90 % van haar schepenbevoegdheden af en schenk ze aan schepentjes Kelly en Arne. Stefanie mag alleen trouws doen en huwelijksjubilarissen gaan besnuffelen en coronagewijs knuffelen. Maandelijks ook een bezoekske aan de dorpscafé’s van de bijgemeenten brengen. Veel leute maken ! Stefanie is zielsgelukkig, jouisseert heel de dag door, en, fier als een gieter, poseerde ze drie dagen lang opgetooid met haar schepenlintje voor de camera’s van de Kortrijkse boulevardjournalisten en voor lange Peter, Kortrijks notoire onderzoekjournalist. Ze wil ook niet langer Stefanie Sleutelgat genoemd worden, maar ‘madam de schepen van trouws en jubilarissen’. Verder blijft Stefanietje een doodgewone madam, zegt ze, en Kortrijkzanen van alle slag en soort mogen haar zomaar op straat aanspreken, weliswaar met een lichte buiging en coronaveilig. Mijn volgende zorg was de inrichting van mijn bureau en de keuze van mijn cabinetards, mijn chauffeur en mijn privé huishoudster die kookt, wast en plast en op de kat en de snijbloemen past. Kunstenares Mie Bogaerts mag, op voorspraak van schepentje Axel Ronse van cultuur, vijf beeldekes voor op mijn bureau leveren en haar rekening naar de stadsontvanger sturen. Ook de fel ondergewaardeerde nachtburgemeester Adelbert wordt gerehabiliteerd en de jongen mag een grensverleggende installatie plaatsen op de binnenkoer van het stadhuis. Enige voorwaarde : het moet proper en fatsoenlijk blijven, t.t.z geen omhoog staande phalussen of op uitgedroogde vagina’s lijkende plastieken eierpruimen en zo. Rekening naar de stadsontvanger. Ze komen nu ook nog aan mijn drukke kop zeuren met dat gezeik over corona en wat schepentjes Ronse en Detavernier allemaal uitsteken met die gemene volksmassa’s en het krijsend en in het rond zeikend gepeupel op lawaai-evenementen op Kortrijk Weide, waar jenever, verschaalde omer, cocaïne, braaksel en corona feestvieren. Jaaah zeg, kan allemaal wel zijn dat er doden en gewonden gaan vallen, maar de oorlog van veertig vijfenveertig was erger, dat is niet mijn maar hún probleem. En voor ik het vergeet, morgen moet ik naar onze sheriff in Brugge voor de eed van trouw ! Bijkomende zorg : wat in ’s hemelsnaam ga ik aantrekken en kan de sheriff tegen een gewaagde winteroutfit van bij den Italiaan ? Voor de rest hou ik mij niet bezig met de hautaine baardapen en snobistische kunstluizen die de saaie oudemannenkroeg in de wolken bevolken. Vroeger, toen ik nog een doodgewoon Kortrijkzaantje en goedgelovig meiske was, dacht ik dat ik daar kon gedijen. Wat een vergissing, die ik nu inzie. Ciao !”

Dit bericht is geplaatst in stadhuisgekonkel. Bookmark de permalink.