De Geruchten

Een week geleden had Jarretel een kort vraaggesprek met burgemeester Van Quickenborne. Dat greep plaats over de haag aan de grens van zijn domein, met respect voor de social distancing.

Jarretel : Meneer de burgemeester, u bent nu fractieleider van uw partij in de Kamer. Vertel.

VvQ : Ja en dat is verdiend, al zeg ik het zelf. Het ging zo. Vanaf de eerste dag heb ik mij uitgesloofd om onze nieuwe voorzitter Egbert in pole position voor het voorzitterschap te brengen. Ik kan niet verduiken dat ik vroeger voor Bart Tommelein reed en met de man dweepte. Maar, sinds hij mijn grootste rivaal in de Westvlaanders  geworden is, heb ik mijn geweer van schouder veranderd en ben ik gaan rijden voor Egbert uit Oost-Vlaanderen, geen concurrent in mijn kieskring. Ik ben niet van gisteren hé. Zelf ben ik nu de numero uno in de Westvlaanders. Tommelein zit tot het einde van zijn dagen opgesloten in Oostende, dat komt mij goed uit, en mij wacht een hogere roeping als vice-eersteminister in 2024. Als beloning kreeg ik van Egbert het fractieleiderschap in de Kamer in de schoot geworpen. Die strategie paste ik ook al met succes toe met Alexander De Croo. Toen ik Alexander steunde voor het voorzitterschap kreeg ik het postje van vicepremier. Ach, ik ben een politiek zondagskind. Dat ik een carrièrist en opportunist word genoemd, kan mij niet schelen, aan die roddel veeg ik vierkant mijn twee ballen. Het fractieleiderschap brengt 3.500 euroots per maand extra op, en dat is nodig voor de afbetaling van mijn villaatje met zwemkom aan de linker Leieoever, nabij de grens met Kuurne. Bovendien is dat verdiend, ik moet veel meer naar Brussel en er overnachten. Als het laat wordt kan ik gratis bij een ex-vriendinne uit mijn studententijd gaan slapen. Dat ontspant me meer dan de bijslaap thuis te moeten doen, na een loodzware werkdag als fractieleider. Hoef ik het te herhalen dat ik mij als een vis in het water voel met mijn nieuwe rol, mijn politieke toekomst is met rozen bezaaid. Mij eerst nog tot in 2024 bezighouden met de Kortrijkse dorpspolitiek, dewelke ik stilaan beu word. Alhoewel, ik sta op het toppunt van mijn populariteit in mijn stad. Dat komt omdat ik mijn onderdanen al meer dan acht jaar met feesten en schouwspelen aan het lijntje houd en blijk geef van grote menselijkheid, solidariteit, empathie en vrijgevigheid. En een grandioos politiek schimmenspel heb opgevoerd. Een hedendaagse manier van aan politiek doen, afgekeken van leermeester Niccoló Machiavelli. Vriend en vijand beamen : ik ben voor iets veel groters in de wieg gelegd.

Jarretel : Er gaan geruchten over een Kortrijkse samenzwering waarin u zou betrokken zijn.

VvQ : Jaja, ik weet al wat u bedoelt. De zaak van de Sint-Maartenskliniek die verkocht is aan een projectontwikkelaar uit Gent. Kom op met uw vraag !

Jarretel : Geruchten gaan dat er daar een asielcentrum zou komen in afwachting van een definitieve bestemming.

VvQ : Kijk vriend, daar word ik bloednerveus van hé. De Geruchten, dat is een boek van Hugo Claus. En dan nog een slecht. Meer kan ik daar niet over zeggen, alleen vermoed ik dat de zogenaamde geruchten van het heerschap Frans Lavaert, het vergif van Kortrijk, komen. En dat journalistiek sujet noemt zich dan een objectieve stadsblogger, Kortrijkwatcher genaamd, aub zeg, bah! Dan is lange Peter Lanssens, tussen twee haakjes mijn beste mateke, nog de slechtste niet. Lange Peter is een crème van een journalist die graag met mij dweept, hij verdedigt mijn beleid door dik en door dun, vooral door dun, en zijn meegaandheid in mijn dolle verhalen en politieke kapsones legt hem geen windeieren, integendeel, maar dit terzijde.

Jarretel : Dat asielcentrum komt er inderdaad niet, maar er doen rare verhalen de ronde over een soort achterkamerdeal met de eigenaar. Een deal die het licht niet mag zien.

VvQ : Ja, ik weet waarover u het hebt, et alors ? ‘k Ga het eens fijn uit de doek doen, in de hoop dat u het verstaat. Ik heb inderdaad dat asielcentrum, wat ik eerst beloofd had aan de eigenaar om te verhuren, verboden. De zaak zit zo. Er loopt in Kortrijk een notoire fascist rond die mij het mes op de keel zette en dreigde met opstootjes, geweld, brandstichtingen, aanslagen en processen indien dat asielcentrum er zou komen. De alom beruchte fascist, de genaamde Wouter Vermeersch, die zich als een rioolrat dag en nacht laaft aan varkensurine en drek. Ik lig wakker van de leugens en achtklap van die tiran die mijn leven vergalt en het gevangen houdt en dat van mijn vrouw ook. Tegen die politieke crapuul is geen kruid gewassen, dus heb ik, met de gedachte aan Bilzen, en door nood gedreven, ingebonden met dat asielcentrum. Ik wil nog gerust kunnen slapen en mijn vrouw ook. Het betekent natuurlijk een groot verlies aan huurinkomsten voor de eigenaar-projectontwikkelaar die zijn boontjes daarop te week had gezet. Wat kon ik anders doen dan compensaties beloven ? Met de dood in het hart heb ik hen de verzekering gegeven, gezworen op al wie mij dierbaar is, dat ik mild, soepel en mals zou zijn, zeer meegaande met de vergunningen, de twee ogen dichtknijpen, een beetje laten foefelen en dat ik geen strobreed in de weg zou leggen bij de ontwikkeling van nieuwe projecten op andere locaties in de stad Kortrijk. Mijn dociel schepentje Maddens, schepentje van stenen, gebouwen en afbraken, is op de hoogte van mijn geheime toezeggingen dienaangaande en gaat zonder morren akkoord, zoals altijd in zulke, enigszins van het goed politiek fatsoen afwijkende deals tussen de stad en de vastgoedsector. Ook in het Mercuriusproject in de Zwevegemsestraat werden de grenzen van de malsheid in vergunningen opgerekt, mede dankzij de professionaliteit van mijn schepentje Wout van stenen en gebouwen, die het klappen van de souplessezweep kent, die zijn strepen dienaangaande door de jaren heeft verdiend, dankzij zijn eertijdse leermeester Stefaan De Clerck, die op dit gebied geen lessen hoeft te krijgen. Het is meer en meer schering en inslag dat er ogen worden dichtgeknepen in de wereld van de stedelijke projectontwikkeling en aanverwanten en de verwevenheid met de politiek. Er is daar niets mis mee, zolang de eigen zakken niet te veel en tè opzichtig worden gevuld, wat zeker in onze stad nauwelijks een probleem is. Voortdoen is onze leuze, hoe dan ook, om het omzwachteld uit te drukken. Ook op dat gebied is Kortrijk een voorloper, een wegbereider, een trendzetter. Ik zou dat geen corruptie, politieke bandeloosheid, canapépolitiek, eigen belang eerst of verkeerd begrepen machiavellisme noemen, maar een postmoderne vorm van politieke souplesse en degelijk bestuur. Of willen we dat de projectontwikkelaar afziet van zijn toekomstig project voor de St Maartenssite en dat hij er een verwilderd geboortebos of ecologische wildernis van maakt zoals op Kortrijk Weide, wat niets opbrengt en alleen maar in brand kan schieten wegens de klimaatopwarming van Kortrijk ? Hebben we al niet genoeg bomen, struikgewas, distels en doornen, opschietend onkruid en bosbranden in onze stad ? Ik vind mijn tussenkomst geen kuiperij of machtsmisbruik, wat kwatongen daar ook over mogen uitbazuinen. Voor de mopperaars en lastertongen met hun verbale terreur die zullen tegenwerpen dat het hier om politieke barbarij gaat, kan ik andere getuigenissen aanvoeren van experten terzake, die met mij akkoord gaan dat het verleggen van grenzen in de politieke zeden van de dorpspolitiek een zaak van groot algemeen belang is. En wat Niccoló Machiavelli betreft, zijn hele oeuvre ken ik uit het blote hoofd en de toepassing van zijn princiepen op het beleid van de stad Kortrijk heeft onze stad gebracht waar zij nu staat : de Beste Stad van de Vlaanders ! En nu moet ik naar een video-conferentie met Kortrijkwatcher over de parking van ’t Begijnhof, waar hij destijds radicaal tegen was en nu radicaal voor. Voor zijn piepklein canariegeel occasie autootje ! Ik ga de grenzen van de politieke zedeloosheid weer ver moeten overschrijden. Leve Kortrijk !

Dit bericht is geplaatst in Talk of the town. Bookmark de permalink.