Wie is Edgard ?

Wie is Edgard Bonavonture ?

Op vraag van talloze lezers wierf Jarretel een ‘James Bond’ aan om de geheimzinnige Edgard Bonavonture te ontmaskeren.

Inmiddels zijn belangrijke tips binnengelopen.

De meeste gaan in de richting van een gefrustreerde Kortrijkse N-VA-er.
VLD-ers wijzen in de richting van een mol uit eigen kring, alhoewel Gregory Olszewski dat ten stelligste betwist. Nog anderen kijken in de richting van de Kortrijkse CD&V.

Veel tekenen wijzen erop dat het om een geboren en gespogen Kortrijkzaan uit het kringetje van de lokale politiek gaat.
Edgard Bonavonture weet veel en wàt hij zegt is niet allemaal fake of maar half waar.
E.B. slaat nagels met koppen. Hij zegt zich schuil te houden op de beroemde Promenade des Anglais in Nice, maar dat zou een schijnbeweging kunnen zijn, het is evengoed mogelijk dat Edgard gewoon in Kortrijk huist en alle dagen gemaskerd met zijn karretje in de Colruyt rondloopt. Hij zou zich op de Gentsesteenweg of in een rijtjeshuis op de Veugelmarkt kunnen schuilhouden. Of pseudo kasteelheer spelen in een vervallen landhuis in Kooigem, ook wel, en met reden, de Provence van Kortrijk genoemd. Wie zal het zeggen ? Burgemeester van Kooigem Dirk Devoldere toch niet ?

Er vielen een paar namen die volstrekt ongeloofwaardig klinken zoals Jan Dhaene, Gregory Olszewski, Marniek De Bruyne en Dirk Dupont. Interessante Kortrijkzanen, daar niet van, maar veel te plichtsbewust, te scrupuleus, te angstig en te gezagsgetrouw om zich met politieke schelmenstreken en katje duik spelen bezig te houden. Angsthazen dus.
Alhoewel, aan Dirk Dupont wordt getwijfeld, ware het niet dat de aanvoerder van ‘Vooruit met Kortrijk-Courtrai en Marche’ Geo Verstichel zijn twee handen in het vuur durft steken over het geval Dirk Dupont. “Een onkreukbare man die met open vizier strijdt”, aldus Geo die zelf een en al rechtlijnigheid, waarheid en van graniet is.  Ook dwarsligger Marniek De Bruyne wordt door Verstichel van alle verdenking witgewassen. Marniek, die er een dwarse mening op nahoudt en de bal soms compleet misslaat, staat namelijk bekend om zijn recht-voor-de-vuist stijl en minacht mensen die onder schuilnaam opereren.
Jan Dhaene en Gregory Olszewski zijn mannen die boven alle verdenking staan om redenen die we hier niet uit de doeken kunnen doen, het zou ons te ver leiden in de deontologische geplogenheden van de Kortrijkse politiek.

Andere namen klinken geloofwaardiger : Pieter Vanherpe, Rudolf Scherpereel, Frans Lavaert, Maarten Seynaeve, Roel Deseyn, Wouter Allijns, Filip D’Huyvetter en buitenbeentje Joost Devriesere. Allemaal toffe mensen die gestudeerd hebben en aanstellerij haten als de pest, zo zeggen ze toch over zichzelf, en ze zijn bij machte om iets zinnigs op papier te zetten. Ze beweren zo goed als àlles te weten over het reilen en zeilen in de onderbuik van het Kortrijks politiek bestiarium.

Laten we van wal steken met het berucht begijnhofpersonage Frans Lavaert, alias Kortrijkwatcher, die zich al jarenlang, na zijn dweperige VLD periode van ‘t Schuurke bij Pier-re Lano zaliger, vierkant tegen de Kortrijkse politieke kaste keert en wel het bloed van burgemeester Van Quickenborne kan drinken, en die schaamteloos dweept met Kortrijkse fascistenleider Wouter Vermeersch. Lavaert zou zich best via een schuilnaam kunnen uitleven, wat hij op zijn afgestofte blog niet aandurft, uit schrik afgesneden te worden van conspirerende stadhuismollen die hem de inside-informatie leveren waar hij op legale wijze nooit kan aangeraken. Toch is het weinig waarschijnlijk dat Lavaert met een gesloten vizier opereert, daarvoor is hij tè beducht voor de wraak van medestanders die hem dit ten kwade zouden duiden. De man is ijdel en te veel gebonden aan de hoge status als officiële stadsblogger om zich, zij het gemaskerd, in de diepste krochten van de Kortrijkse riooljournalistiek te wagen.

De streng katholieke Pieter Vanherpe is een verbitterd man met een stevige contraire mening, ware het niet dat hij in toom gehouden wordt door zijn hoog opgeleide en streng in de katholieke leer opererende echtgenote en door zijn eigen onwrikbare moraal die hem verhindert op een achterbakse manier de Kortrijkse politiek te fileren. Vanherpe heeft te veel eergevoel om zich te verlagen tot een ordinaire schotschrift auteur. En dit niettegenstaande hij, wegens het onnoemelijk politiek leed dat zijn echtgenote geleden heeft als schepentje van financies onder het eerste bewind van Van Quickenborne, de huidige coalitie met de grond zou kunnen gelijkmaken en de Kortrijkse N-VA met de blote handen zou willen vernietigen. Pieter is een bedaard man, maar diep in zijn binnenste laait een vulkaan van woede en onmacht over het leed hem en zijn echtgenote aangedaan. Pieter, in een suicidaire bui, gooit het eruit : “De Kortrijkse dikkenekken politiek is door en door rot en corrupt en dat zal tot in de eeuwigheid zo blijven en nog liever wijken wij uit naar Langemark-Poelkapelle of Zarren-Werken dan nog één termijn langer onder die valsaard en politieke zakkenvuller en gangster Quickie te moeten leven”.
De koord ligt nog niet klaar, maar de verhuiswagens wel, ze draaien al warm. In de Pyckestraat en in heel politiek Kortrijk houdt men de asem in.

Rudolf Scherpereel, de man die op niets minder dan de burgemeesterssjerp had gemikt, loopt er zeer malcontent bij sinds hij als schepen de laan werd uitgestuurd en vervangen door Ronse, in zijn ogen een goedgelovig schooljongetje met veel praat dat zich laat belazeren door de uitgeslapen burgemeester. Rudolf is bij machte iets op papier te zetten dat prikkelend genoeg is om tot lezen aan te zetten. Door een Kortrijkse sacochenboer werd Rudolf vroeger wel eens spottend ‘de prikballon’ genoemd omdat zijn politieke stellingen gemakkelijk te doorprikken waren. Ten tijde van zijn schepenpostje werd Rudolf dag in dag uit uitgelachen en er werden pijnlijke schotschriften over de man gepubliceerd. Scherpereel zint nu op wraak voor het onrecht hem aangedaan. Goedmoedige kwatongen twijfelen niet aan zijn dapperheid en intelligentie, zijn vijanden vinden hem een hansworst. Rudolf, een man om in de gaten te houden.

Maarten Seynaeve, ex-Vlaams Belanger, nu N-VA-er, loopt er eveneens ongelukkig en verweesd bij. Zijn gok om via N-VA aan een parlementair postje te geraken, met dikke wedde en pensioen en zonder werken, is deerlijk mislukt. Dat heeft Maarten nooit verteerd. Maarten wil afrekenen met de vunzige onderkruipers die zijn politieke carrière hebben gekelderd. Was hij bij Vlaams Belang gebleven, was hij nu parlementair en fractieleider in de gemeenteraad. Seynaeve wordt nu als verrader gebrandmerkt en er wordt veel met de ‘verloren zoon’ gelachen. De man schijnt super intelligent te zijn en bekwaam om alle frustratie door middel van vitrioolgeschriften van zich af te schrijven, onder pseudoniem, want zijn postje als federaal ambtenaar mag niet in het gedrang komen. Ook Maarten is in het oog te houden als kandidaat Bonavonture.

Maar de man die het meest van al genoemd wordt als mogelijke Edgard is de genaamde Filip D’Huyvetter. D’Huyvetter is een geval buiten categorie, verre van een allemansvriend, niet gekend door het groot Kortrijks publiek, maar des te meer door ingewijden uit de Kortrijkse politiek, die hem vrezen en met een scheef oog bekijken. D’Huyvetter wordt door vriend en vijand als een geniepige roddelaar en nijdige veelweter en praatvaar gekwalificeerd en gewantrouwd en als mol van de Kortrijkse N-VA niet ernstig genomen, en hij zou op een zijspoor zijn gezet, al ontbreken voorlopig harde bewijzen van zijn mollenwerk. Of the record zeggen sommige N-VA bestuursleden vlakaf dat ‘hij beter uit het bestuur zou vliegen’. En inderdaad, de man heeft een kwalijke reputatie, een vlijmscherpe pen, en hij kan zijn oprispingen en frustraties met een vleugje humor, veel cynisme en sarcasme en een pot vitriool aan de man brengen. D’Huyvetter beschouwt zichzelf als extreem erudiet en hoogbegaafd, en dat is hij ook, zijn gevaarlijkste wapens waarmee hij zijn partij met zijn in vitriool gedoopte pen in de vernieling kan rijden. Partijgenoten verwijten hem arrogante betweterij en pathologische hoogheidswaanzin, maar dat vindt D’Huyvetter zijn grootste kwaliteiten. Mensen uit zijn milieu, die anoniem willen blijven, tippen hem als grootste kandidaat Bonavonture.

Over de tsjeef Roel Deseyn doen veel geruchten de ronde. De ontgoocheling zijn parlementair postje kwijtgespeeld te hebben vreet als kanker aan hem. Ook Deseyn is een intelligente man met een vlijmscherpe tong en pen. Hij weet veel, en over de kuiperijen binnen de innercircle van de Kortrijkse CD&V en hoe het er in die slangenkuil aan toegaat zou hij wel eens een boekske willen opendoen, verklaarde hij ooit, na het hijsen van drie omers, op een receptie van 11 juli. Deseyn wijt zijn niet-verkiezing aan de machinaties van de oude garde van de partij en vooral aan Stefaan De Clerck die hij, tussen pot en pint, een  samenzweerder, bedrieger, leugenaar en zakkenvuller noemt.  CD&V Kortrijk is een krabbenmand vol jaloezie en met talloze nachten met lange messen. Roel kan vernietigend uithalen naar zijn partij en een schotschrift ligt binnen zijn mogelijkheden.

De liberaal Wouter Allijns is een minzame, bekwame en welopgevoede jongen, vol ambitie, die op niets minder dan de burgemeesterssjerp van 2036 mikt. Dat werd hem ook toegezegd door huidige burgemeester Van Quickenborne, weliswaar na lang hijsen en in de roes van de verkiezingsoverwinning, en Wouter neemt de woorden en beloften van de burgemeester au serieux en dat is zijn handicap. De burgemeester is een politiek beest met veel gezichten die zijn beloften inslikt en van standpunt verandert als van onderbroek. Wie geloof hecht aan zijn mooie woorden en leugens is een vogel voor de kat. Als het erop aankomt om zelf aan een beter postje te geraken deinst de burgemeester voor niets terug. Helaas dus voor Allijns, is er een kink in de kabel gekomen sinds hij ter ore is gekomen dat Wout Maddens niet van plan is zijn politieke ambitie aan de haak te hangen en ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd in 2024 toch het burgemeesterschap zou ambiëren. En in die ambitie wordt Maddens volop door de burgemeester gesteund. Na zes jaar Maddens zou in 2030 de burgemeesterssjerp aan Arne Vandendriessche toevallen, die inmiddels zijn financiële schaapjes op het droge zal hebben en het zich zes jaar zal kunnen permitteren om zich in het burgemeesterschap van Kortrijk te vermeien. Tegen dan zijn we 2036, datum waarop Allijns al jaren mikt en wat hem, onder dure eden, door Van Quickenborne werd toegezegd. Echter, tegen die tijd zal een nieuwe ster hoog aan het Kortrijks politiek firmament staan, een ster die op de valreep en voor de neus van Allijns nog vóór haar pensioenleeftijd het burgemeesterschap van Kortrijk zal inpalmen : het is de aanstormende Ruth Vandenberghe, geen kattin om zonder handschoenen aan te pakken, zegt schepentje Maddens, en kater Wout kan het weten. De kreet ‘hoogtijd voor een vrouw als burgemeester’ zal niet uit de lucht zijn, en wie of wat kan tegen die ijzeren vrouwenlogica op ? Alleszins Wouter Allijns niet en père Joseph met zijn fout netwerk nog veel minder. Het wordt dus minstens 2042 voor Wouter ! Een tegenvaller, een ramp waar de arme jongen nu al de slaap voor laat. Tegen het jaar 42 is hij grootvader en moet hij op de kleinkinderen passen. 42 is dus geen optie.
Bijgevolg : ruzie in het Kortrijks liberaal huishouden en de gewiekste Tiene Castelein, niet van ambitie gespeend, kan ook nog roet in het eten van Allijns gooien.
Niets houdt Wouter tegen om zijn ongenoegen en koleire van zich af te schrijven en onder schuilnaam met modder, drek en esprit de sel naar zijn partijgenoten en de burgemeester te gooien.
Allijns, om in de gaten te houden als mogelijke Bonavonture.

Tenslotte Joost Devriesere, ‘un cas spécial’ van buiten de Kortrijkse politiek.
Ook over Devriesere als kandidaat Bonavonture valt iets te zeggen.
Joost kan schrijven als de beste en geeft zich graag uit voor zachte satiricus, het vuile werk laat hij aan anderen over. Dat is eventjes gelukt, met zijn blog Kortrijk Scheef Bekeken, maar op een dag moest hij noodgedwongen opgeven. Om redenen die nooit werden opgeklaard. De schrijflust van Joost is niet getemd en via de Krant van West-Vlaanderen (KvW) uit hij zich regelmatig in een column die druipt van verveling en oudemannenkwijl, een geeuwcolumn zeg maar. Op de KvW kan dat ook niet anders. Ironie, satire, spot, scherts, humor, grapjasserij, enz is taboe voor het Westvlaams pastoorsgazetje van Jantje Gheysen. Er wordt geroddeld dat Jantje in een slotklooster werd opgevoed, maar dit terzijde. KvW is een leuke schnabbel voor Joost, dat wel, maar de man, die zich voor schrijver, letterkundige, filosoof, politicoloog en journalist uitgeeft, wil en kan natuurlijk veel meer. Hij is diep ongelukkig over zijn eigen column die door niemand gelezen wordt, maar op die manier wordt hem veel medelijden bespaard. Bovendien is Joost niet onbekend in het Kortrijks politiek en journalistiek wereldje en zit hij op de schoot van veel interessante Kortrijkse beleids-en cultuurmensen, roddeltanten en veelweters. Joost is een belezen man, heeft over àlles een politiek-correcte mening, wat hem zeer geliefd maakt in de Kortrijkse galerij van nette mensen en zelf schreef hij ook al een boekje vol, een niemendalletje dat zelfs bij de Slegte werd geweigerd. Maar daar gaat het bij Joost niet om. Hij schrijft alleen voor zichzelf als een soort bezigheidstherapie om de pijn van zijn bestaan te overbruggen en om zijn verwaandheid niet al te veel aan de ketting te leggen. Pure therapie dus en dat werkt, want Joost is herboren, hij kan weer lachen, spotten en het volle leven met beide handen vastgrijpen. Het zou geen Kortrijkzaan verbazen mocht hij zichzelf tot nieuwe Kortrijkse schotschrijver gekroond hebben via het ideetje van een lapnaam : Edgard Bonavonture.

De weddenschappen over Edgard zijn open !

Wordt vervolgd.

Dit bericht is geplaatst in Talk of the town. Bookmark de permalink.