Onweer

Beste Jarretel,

Ik schrijf regelmatig een column in het door geen kat gelezen KR nieuws.

Vandaar mijn verzoek tot opname op uw zeer gewaardeerde en populaire blog Jarretel van Kortrijk. 
Ik beschouw mezelf als een interessante mens, een Kortrikzaan buiten categorie, excentriek, erudiet, breedsprakerig, met een verfijnde smaak en een groot talent voor humor.
Ik ben al iets ouder en heb door de jaren heen een vriendenschare opgebouwd om u tegen te zeggen.
Ik breng dus veel nieuwe lezers voor uw Jarretel aan.

Groet vanuit mijn atoomschuilkelder,

Christian Raes, alias Edgard Bonavontuur

 Onweer

Het blijft een overweldigend spektakel. Eerst klinkt uit de verte een sober tromgeroffel. Gepaard gaande met het zwerk dat langzaam bezwangerd wordt met gitzwarte wolkenkopjes. (Zwerk vind ik een mooi woord. Het komt nog uit het Nieuw Nederlands -13de eeuw. Werd weer gepropageerd door Gezelle). Langzaam komt een windje op. Onze dierenvrienden hebben het veel vlugger dan wij door dat er een tempeest (ook mooi, ook 13e eeuw, uit het Latijn tempestas), op komst is. De vogelkes vliegen laag bij de grond, de hondjes beginnen te keffen met een angstige blik. Gimme shelter, zie je ze denken. In een forse bomenkruin of onder de tafel.

Het mooie is dat dat het komend spektakel wordt opgebouwd als een Grieks theaterstuk en gelijkaardige schouwspelen, rekening houdend met “de wetten van het theater”, zijnde eerst een voorspel, een knallend hoogtepunt, een catharsis en een happy end.

Gezeten op een mijn regenvrij terraszitje- onder een Grimbergen parasol- bleef ik met een kinderlijke verwachting het komend spektakel gadeslaan AI zag ik dat sommige schijtlaarzen al preventief binnenvluchtten.
Niet met mij. Ik bleef volhouden. De wind kwam wat stoeverig opzetten. Altijd een ernstig voorteken. Het ”zwerk” werd nog duisterder en het dondergeroffel nog meer grommend. De wolken werden dikker en dikker en de regen begon langzaam te plenzen.

Van die mooie regen, langzaam aanzwellend, recht naar beneden vallend, met mooie bubbels op de tafeltjes en de stoeltjes tot gevolg. Mijn parasol, Grimbergen nietwaar, hield stevig stand en mij ondertussen nog droog. Het werd nog spannender: bijna volledig duister nu en een plotse knal. Zowat het startsein tot het komend serieuze werk. Zoals bij een vuurwerk eerst ter aankondiging enkele knallen worden gelost. Als klein baasje had ik altijd geleerd dat je de afstand van de bliksem in kilometer kon meten door na een donderslag het aantal seconden te tellen. Of was het omgekeerd.

Een eerste bliksem verscheen. Mooi, een korte maar sierlijke krul, flitsend als een geëloctruceerde slang. Onmiddellijk gevolg door een helse donderslag. De bliksemen bleven nu schichtig maar vlug na elkaar door het gehemelte vliegen, als vallende kometen, het ganse panorama oplichtend, vergezeld van een hels kanongeroffel. Nu wordt het serieus, dacht ik. De wind en de regen werden meer en meer hevig. Als een kapitein op zijn schip wilde ik standhouden, hierbij onbegrijpend gadeslaand door de andere naar binnen gevluchte, quasi geëvacueerde terrasbezoekers. Mijn oorspronkelijk als zonwerende bedoelde parasol hield stand (Grimbergen nietwaar), alhoewel ik hem met twee handen in bedwang diende te houden of hij was als een windspeelbal de lucht ingevlogen. Mijn geduld en doortastendheid werden beloond. Het geroffel minderde, mijn telling klopte, was nu toch al op een vijftal kilometer, en de apocalyptische plensbui ging langzaam over in een vriendelijke regenbui. Alhoewel, ik was toch behoorlijk kletsnat was geworden. Nogal heldhaftig verliet ik zonder verminken stoer het terras, hierbij door sommigen verwonderd aangekeken. Ik zag sommigen ook met een soort medelijden zuchtend tegen het voorhoofd tikken.

Het deerde met niet: Ik had het spektakel op de eerste rij meegemaakt. Ik fluitte bijna Jan Piet, Joris en Korneel, die hebben baarden. Wel ik heb er ook een.

Met een zekere trots, en ook wat ontroerd door het geboden natuurspektakel, tufte ik langzaam huiswaarts. Zeer behoedzaam: diverse plassen, ook wat omgewaaide boomstruiken; het was verdorie heftig geweest. Warempel kwam de zon ook weer wat piepen. Happy end, zoals voorspeld.

De realiteit was jammer genoeg weer wat anders. Mijn straat ingereden zag ik de gordijnen als voetbaltifos door het venster wapperen. Bloody vergeten de vensters dicht te doen. Binnengekomen, in de living een mooie regenplas. Ook in de slaapkamers. Dus emmer en dweil en hopend nog eens die polis van de brandverzekering terug te vinden. De natuur (cultuur blijkbaar ook?) kent zijn prijs.

Het was echt nog eens on-weer. Als we maar gezond zijn. Hoop ik voor iedereen. Een beetje onweer en regenval lossen we wel op.;

Christian Raes

Dit bericht is geplaatst in Ingezonden column. Bookmark de permalink.