Stadskas met een gat in

Over de stadsfinancies doen de wildste geruchten de ronde.

We laten de onvolprezen Kortrijkwatcher zijn gifgroene gal uitspuwen : : “Het Kortrijks stadsbestuur is één pot machiavellistisch nat. En dan dat schepentje van financies Kelly Detavernier ! Wat een arrogant wijf, zeg. Kijk, het zit zo. Het is met de stadsfinancies een totale chaos, erger, het is een mesthoop waar geen kat nog wijs uitgeraakt, laat staan schepentje Kelly die de wanhoop nabij is en ermee dreigt haar schepenpostje over de haag te smijten. De verliezen stapelen zich op, de stadskas staat nog droger dan de kut van een straathoer in tijden van corona. De strategische buffers zijn gesmolten als sneeuw in de zon..Jaah zeg ! Dat is wel zéér curieus, om vijf redenen. Ik noem er vier. Eén : schepentje Kelly dacht dat het zou volstaan, zoals in de tijd van de corrupte burgemeester De Clerck, om een beetje te zitten rond de pot te draaien en te liegen als een ketter in de gemeenteraad. Twee : het schepentje is méér bezig met zichzelf en de keuze van haar goedkope parfums en haar pantalons van twee maten te klein waaruit al haar vormen onbehoorlijk puilen, dan met de lege stadskas. Drie : die Kelly verstaat er geen jota van, ook niet van de leugens die haar financiële ambtenaren, directeuren en onderdirecteuren haar op de mouw spellen. Vier : Kelly verlangt maar één ding : weer met haar aanbidders te kunnen hijsen en frunniken op de betere Kortrijkse terrassen. Het schepentje ligt niet van veel dingen wakker, en nog het minst van al van het gat in de Kortrijkse financies. Ik vat samen : schepentje Kelly Detavernier is een omhooggevallen parademadam, ze begint kapsones te etaleren en aanstellerig te doen tegenover wat zij als lastposten en azijnpissers beschouwt, telkens als ze zich gepakt voelt op haar financiële bekwaamheid. Waar zou ze het geleerd hebben ? Kortom, ik moet haar niet, samen met velen van mijn aanhangers. Geef mij maar de politieke klassebak Wouter Vermeersch en zijn chaperonne Carmen Ryheul, een crème van een gezelschapsvrouw. Had ík maar zo ene in mijn kot. Dat Vermeersch volgens regenboogschepentje Axel Weydts een neo-fascist pur en dur is, ok dat is zo, et alors ? Ik kan daarmee leven. Beter een bekwame fascist die zijn werk doet en de burgemeester op elke gemeenteraad het bloed van onder zijn nagels pest, dan zo’n groene Khmer als die Matti Vandemaele, in mijn ogen een volslagen idioot, maar wel een gevaarlijke. Wat Hannelore Vanhoenacker betreft, zij is een compleet onnuttige tsjevin die in elke gemeenteraad maar wat softe, saaie en inhoudsloze praatjes zit te debiteren en zo diep mogelijk in het gat van de burgemeester wil kruipen. Een gevoel van terneergeslagenheid bekruipt haar, telkens als ze merkt dat het gat van de burgmeester al vol met pluimstrijkers zit. Misschien is een goede beurt thuis of buitenhuis een uitweg uit haar maandelijks passioneel gekakel, smachtend oog in oog met de burgemeester in de gemeenteraad. Dat het nu vanop afstand via de webcam vanuit haar slaapkamer gebeurt, is een reden temeer om met Hannelore toen doen te hebben, en dat heb ik. En nu roept mijn amante, de tomatensoep met ballekes is gereed.”

Dit bericht is geplaatst in stadhuisroddels. Bookmark de permalink.