Ballentent met miserietoren

.

De stad Kortrijk trekt 350.000 euro uit om de temperaturen in ‘de glazen schil’ van de Buda miserietoren draaglijk te houden. “Het is hier in de zomer bij momenten een echte bakoven tot vijftig graden celsius boven nul”, zegt Kristof Jonckheere, de narcistische directeur van de Ballentent van BUDA.

Het is inmiddels twintig jaar geleden dat de voormalige brouwerijtoren Tack na een grondige restauratie een plek werd voor internationale wouldbe artiesten en andere creatieve charlatans. Opvallend was de dure ‘glazen schil’ die de toren toen kreeg aangemeten, en dat kostelijk fantasietje brengt tegenwoordig niets dan onheil. Dat komt door onrustwekkende klimaatverandering van Kortrijk en de groeiend opwarming ten gevolge van de Kortrijkse broeikassen uitstoot die de temperaturen in de toren bij momenten ’s zomers tot wel 59 graden celsius hoog laten oplopen. Van een Buda broeinesten-ballentent gesproken !

Schepentjes van cultuur Axel Ronse en schepentje van gebouwen Wout Maddens willen daar nu iets tegen doen. De doenders.

De waterdrager-vastgoeddeskundoloog van schepentje Maddens, Stijn Demeulemeester, zegt hierover, op instigatie van de veel te ver naast zijn schoenen lopende ex-bankloketbediende Maddens, het volgende : “Kijk, we moeten in elk geval iets doen, hoe precies weten we nog in de verste verte niet. We kunnen de artiesten die van de andere kant van de aardbol naar Buda afkomen om hier hun dolle kunstjes bot te vieren op kosten van de stad, toch niet laten creperen in de bakoven van de Budatoren. En in de winter vriest het in die toren tot min negen graden soms. We gaan nu een studiebureau uit het Noorden van Italië aanstellen, het beste is amper goed genoeg, om te laten bekijken en bestuderen om die miserietoren op te warmen in de winter en af te koelen in de zomer, naar analogie van de koeltorens van Doel, ofwel gaan we Daikin moeten inschakelen voor airco. Mocht dat allemaal niet lukken, na er tienduizenden euroots tegen gesmeten te hebben, dan blijft maar één oplossing over : tot de grond afbreken dat gedrocht en er een mini stadsbos neerpoten, afgewisseld met een beekje, wilde beukenhagen voor meikevers, een stadstuintje en een visvijvertje met puiten en met overloopbruggetje tot aan Broelkaai Zes, het oneigenlijk museum van Kortrijk, de stad zonder museum.”

“Talent lanceren”

Toch gaan de internationale artistiekelingen deze zomer nog even de hitte tot misschien wel 59 graden celsius boven nul moeten doorstaan.

Stijn Demeulemeester : “Het gaat hier dan ook niet om een kleine opdracht.Toch is de kans groot dat alles wel achter de rug is tegen de zomer van 2031, ofwel dat de miserietoren definitief tegen de vlakte ligt tegen die datum. Dat zou zeker wel het beste zijn, al kan ik dat niet luidop zeggen. Er gebeuren daar namelijk grootse artistieke dingetjes.”

De Budatoren is eigendom van de stad en Ballentent BUDA staat sedert veel jaren in voor de uitbating. Ze kunnen het niet langer betalen en de stad draait op voor alle kosten. Niemand weet hoeveel en al zeker schepentje Kelly Detavernier niet. Wéét het meegaande Kellietje überhaupt wel iets over de Kortrijkse financies ? Over meer pikante en frivole zaken weet zij meer, daar gaan we hier voorlopig niet verder op in. Love Kelly !

De directeur van de Buda Ballentent, meneer Kristof Jonckheere, met zijn potsierlijke pretenties, een verwaande hansworst, zo vol van zichzelf, een zelfingenomen poseur die zich de peper en het zout van artistiek Kortrijk waant, en graag in hogere artistieke kringen met veel geld vertoeft, en zich onledig houdt met siroop aan de baard te smeren van zijn broodheren uit de politiek en met duiten, bijgevolg erin slaagt meer dan één graantje mee pikken uit de uitbundige subsidieruif, die meneer Kristof dus verklaart ongegeneerd dat Buda Ballentent het enige authentieke kunstenparadijs van de Vlaanders is. Kristof verafschuwt de perverse reactionairen die hem afschilderen als een doortrapte valsemunter, een keizer zonder kleren.

Meneer Jonckheere zegt : “De afgelopen jaren hebben we de Budatoren laten uitgroeien tot een van de grootste werkplekken van de Vlaanders voor podiumkunsten en aanverwanten met veel toonmomenten met telkens wel tien toeschouwers, weliswaar voor niets. Het succes is weergaloos. Vooral de één-op-één voorstellingen met telkens één toeschouwer per scéance veroorzaken telkens een ware volkstoeloop en veel tumult. Op die manier hebben we al meermaals talenten vanuit Nieuw-Zeeland, over Patagonië, Tokyo, Kazachstan, Vuurland, het Oeral gebergte tot Vladivostok binnengehaald. Ze krijgen altijd bed, bad en brood op onze kosten bij B&B Germana Tack op Overleie, een B&B buiten categorie en de beruchtste van de stad Kortrijk. Wie ooit één nacht bij Germana sliep, wil er sterven, en zeker nooit meer elders slapen. Dat is off the record. Op die manier helpen we er volop aan mee om Kortrijk op cultureel vlak internationaal op de kaart te zetten en dat is nodig om culturele hoofdstad van West-Europa te worden. Hetgeen zeer naar de wens is van kersvers schepentje van cultuur Axel Ronse, de meest aimabele veganist uit de beemden van Jabbeke. Doordeweekse Kortrijkzanen hebben geen hoge hoed op van Axel, in hun ogen is hij maar een simpele pias, een boerenjongen uit het putje van de Westvlaanders. Ze dwalen. Voor mij is die Axel een hoge cultuurminnende geest, een provincialist sans frontières, die het vuur uit zijn sloffen loopt voor mij en voor mijn equipe van zevenentwintig voltijdse medewerkers, één chauffeur, twee klusjesmadammen en drie poetsheren, waarvan één poetstransgender. Het werkt.”

“Culturele hoofdstad”

Schepentje van cultuur Axel Ronse zegt : “We staan als stad op de wereldkaart wanneer het gaat over infrastructuur voor de één-op-één dans-en theaterproducties, dankzij de uitstekende werking van Kunsten Ballentent Buda en de gedrevenheid van haar niet te evenaren directeur Kristof Jonckheere, het superbrein achter het succes, een rots in de Kortrijkse culturalistische branding en verre van een ijdeltuit. Kortrijk zal niet door deze man misleid worden als het over kunst en cultuur gaat. Dezulken die beweren dat de Kortrijkse podiumkunstenscène misleid wordt door een stel zwakzinnigen, door een eigengereide stuurman en een meute oplichters, weten niet goed wat ze zeggen. Ach, ze zeggen zoveel, laat ze zeggen. Ik zie Kristof Jonkheere doodgaarne, geen ordinaire fratsenmaker, niet gebukt onder noodlottige grootheidswaanzin of pedanterie, zo eigen aan de kunstensector, maar een dwangmatige vernieuwer. Ik geloof alvast in de man, met hem gaat de Kortrijkse kunstscène een grandioze toekomst tegemoet en we worden culturele hoofdstad van West-Europa, dat beloof ik, wie anders ? Ik reken niet op applaus van de terpentijnpissers, de chagrijnigaards, de treurwilgen, de blinden en de dwazen.”

Een anonieme Kortrijkzaan, een connaisseur, spuwt zijn gal uit : “20 jaar lang al is die Budatoren, de toren van de schande, dé plek in Kortrijk waar intussen duizenden artiesten van over heel de planeet op kosten van de stad grote sier hebben komen maken, onder de mom van ‘werken aan nieuwe dans- of theatervoorstellingen’. En dan die absurde work-shops ! Behalve een handvol ‘artiesten’ staat die toren al jaren leeg, met vijf verdiepingen ! En dat moet allemaal verwarmd worden en binnenkort airco ! Waar gaan we naartoe ! Honderdduizenden euroots werden al in de toren gegooid. En hij staat daar nu te vergaan van miserie, wegens gebrek aan onderhoud. Binnenkort stort hij vanzelf in onder zijn eigen nutteloos gewicht.”

“Prachtig ontwerp, renovatie gelukt, ‘k heb er luxueus van kunnen leven, maar helemaal niet water- en warmtedicht”, riep architect Beel destijds geestdriftig uit. Nu niet meer. Dat zal wel !

Een waakzame Buda waakhond schrijft : “Die Budatoren van de schande is alleen toegankelijk voor de pretentieuze culturele elite. ‘Gewone’ (Kortrijkse) artiesten en amateurs mogen er niet binnen. Niet te verwonderen dat de toren al jaren compleet leeg staat. Behalve voor de dure ‘artists in residence’ van de andere kant van de planeet, die er komen ‘werken’ aan voorstellingen waar geen kat komt naar kijken. Hoeveel heeft die grap al aan de stad gekost ? Hoeveel, schepentje Ronse, schepentje Detavernier ?

De schepentjes zwijgen.
Dat is Kortrijk, de stad zonder museum

Dit bericht is geplaatst in stadhuisroddels. Bookmark de permalink.