Dappere David

Ambiorix of Karel Martel ?

De weerstand groeit.
In elke vezel van mijn lijf.
Er wordt me een identiteit opgedrongen die niet de mijne is.
Daar wil ik hard tegen protesteren. Keihard.

Ik ken dat gevoel al langer. Het gevoel dat de invulling van mijn ‘Vlaemsche’ bloed en bodem identiteit, en daar ben ik zogezegd fier op, anders is dan die van de extreemrechtse zakken en andere Van Langenhoves die zeggen ervoor op te komen en die voorspellen dat de volgende burgemeester van Antwerpen een kolenzwarte neger zal zijn. Was dat maar waar !

Het was het onderwerp van mijn eerste discussie met Thneo (nazi) Francken. Aan de linker tooghoek van de extreemrechtse kroeg Ambiorix op de Oude Markt van Leuven, na een avond met een spreekbeurt over onderwijs. Het moet in het voorjaar van 2001 geweest zijn. Ik was amper mijn korte broek ontgroeid, een knaapje van een jaar of twintig en één meter zevenvijftig hoog. Het is nooit hoger geraakt.

Ik zei dat mijn Vlaemschse identiteit niet gelijk staat aan vendelzwaaien met die Leeuwenvodden, niet met de ijzerbedevaarten van de zwartzakken, niet met fascistische Vlaemsche kerremessen met zwart geblakerde zwijnenworsten en het aanheffen van Duitsche marsliederen van de jaren dertig en niet met de 11 julifeesten aan de voeten van de Vlaemsche Maegd van Kortrijk, alwaar ik nooit een voet zal zetten. Ik spuw op die Maegd, symbool van oerkatholieke onderdrukking en verderf, en het zingen van de Vlaemsche Leeuw beschouw ik als een racistische godslastering die strafbaar zou moeten worden gesteld.

Mijn credo is gastvrijheid, meertaligheid, bourgondisch leven, feesten en brassen, seksuele losbandigheid, en eindigen met euthanasie, maar niet voor mijn vrienden de moslamieten die zich ten allen tijde gedeisd moeten houden en zich voegen moeten naar de wetten van hun middeleeuwse godsdienst, naar hun zeden, gewoonten, gebruiken, tradities, onverdoofd schapen kelen, hun kopvodden en hun verbod op zwijnenkoteletten. En vijf keer per dag het tapijt op.

Ondanks alle Vlaemschgezinde morele herbewapeners en monogamiepredikers zijn we in een tijdperk beland van alles moet kunnen, als het maar lekker en leuk is. Dankzij de seksuele revolutie van de sixties zitten we niet meer in het tijdperk van katholieke dwingelandij. Dat de moslamieten nog vijfhonderd jaar te gaan hebben, wil niet zeggen dat we hen niet moeten verdragen en zoveel mogelijk meedoen met hun gewoonten en gebruiken, die zelfs soms zeer verrijkend kunnen zijn, zoals de Ramadan, een voorbeeld van onthechting en discipline , goed tegen de opwarming.

Mijn credo luidt verder ‘uw best doen’ en een open blik op de planeet die aan het opwarmen is en waar we iets moeten tegen doen. Met die Leeuw zwaaien zal niet helpen. Ik kan me niet vereenzelvigen met het beeld van de onderdrukte en gediscrimineerde flamingant, die moet blijven strijden voor zogenaamde ontvoogding. Daar is niets van aan, integendeel, Vlamingen zijn de afschuwelijkste mensensoort op de planeet. Ze leven zich dag in dag uit uit in discrimineren, fascisme, exhibitionisme, negationisme, rassenhaat, lachen met de besneden en onbesneden Joden, met de homoseksuelen, de gewone seksuelen, de pedofielen, de veelwijvers, de biseksuelen, de monoseksuelen, de duoseksuelen, polyseksuelen, de transseksuelen, de transgenders, bruin-en zwartmensen en geen respect voor Sam en Bo. 

Mijn Vlaemsche mens is klein maar dapper, zoals David tegen Goliath, of zoals Asterix of Ambiorix. Of Karel Martel. De Vlaemsche mens van Theo is eerder een hoog ontwikkelde superieure, maar vervolgde mensensoort. Conclusie is dat er niet zoiets bestaat als dé Vlaemschse identiteit, maar dat er een enorme variatie bestaat in de invulling die elke Vlaemsche mens er voor zichzelf aan geeft.

Een paar dagen geleden overviel dat gevoel me opnieuw. Voor de zoveelste keer hoorde ik iemand zeggen dat het succes van Van Langenhove te danken zou zijn aan zijn profiel als ‘ideale schoonzoon’. Wat een onzin. Mijn dochters uithuwelijken aan een Vlaemsche extreemrechtse neonazi ? Over my dead body. Ik kan het niet verduiken, mijn drie dochters zie ik nog liever thuiskomen met een analfabetische neger uit het rebellenleger van Oost-Kongo, met een Muzelman die de sharia prakkezeert, met een besneden Joodse kolonist die een half dozijn Palestijnen de keel heeft overgesneden, met een Che Guevara aanhanger, verjaagd uit het vreemdelingenlegioen of met een Hollander van de partij Jezus Leeft.

Maar opnieuw stel ik me dus de vraag over mijn identiteit als Vlaemsche mens van alle dag, een soort Vlaemsche Johny de Loodgieter. Als Vlaanderen de plek is waar klootzakken die gekend staan voor hun homofobe, fascistische, nazistische, franquistische, seksistische, misogyne en racistische uitspraken én acties ideale schoonzonen worden genoemd, dan wijk ik liever uit naar Hongkong, de Maagdeneilanden of Noord-Korea.

Hier zijn we dus beland. In een tijdperk waarin de eigen identiteit op subtiele en minder subtiele manier wordt ondergraven om ons een identiteit op te dringen die de onze niet is.

Na het hijsen van ettelijke kruiken en na het afscheid in Ambiorix, de eerste zonnestralen doorpriemden reeds de gelagzaal, dronken we nog laatste glas, we pisten een plas en alles bleef zoals het was. Zowat het enige wat ons, Theo en ik ‘Vlaemsch’ maakte.

Maar als fiere Belg en trotse pedagoog zeg ik:
‘Met mijn twee ballen rammelen, ’t en zal ! Nu niet. Nooit niet.

Genegen,
David Duimeloot, alias dappere David

Dit bericht is geplaatst in Humor, Ingezonden Stukken. Bookmark de permalink.