Johan en zijn gevelbakken


(foto Henk Deleu)

GAS-boete voor peuken op de grond.

Cafébaas Johan Verniest hangt nu al peukenbakken tegen zijn voorgevel.

Schepentje Ruth Vandenberghe voert vanaf september een anonieme peuken-chicletten- en pruimtabakspuwersgestapo aan om onwillige peuken-en chiclettengooiers en pruimtabakspuwers op heterdaad te betrappen en af te straffen met draconische boetes.
Onder het motto : ‘wie niet horen wil moet voelen!’

Het wordt dus opletten geblazen, ook voor wie op een terras zit.

Een pientere kroegbaas zag de bui aankomen en heeft zijn voorzorgen genomen.
Het is de genaamde Johan Verniest, wouldbe sos en beruchte uitbater van afspanning St-Georges aan de Grote Kring. Verniest drijft zijn kroeg met harde hand, gooit er nu en dan een buiten en is niet te beroerd om excentriekelingen, die menen zich daar alles te kunnen permitteren, de huid vol te schelden en een nachtje aan de camerapaal rechtover zijn deur vast te ketenen. Kortom, Johan is niet de eerste de beste lefgozer, geen praalhans, maar een caféfilosofische knapperd, een schavuit met een missie, benijd en gevreesd, tot ver over de stadsgrenzen.

De avontuurlijk aangelegde Johan gaat geregeld op exploratietocht langs de Kortrijkse onderwereld, een leerrijk en aangenaam tijdverdrijf, en verder heeft hij wat relaties bij de staande en zittende magistratuur, bij de politieke diergaarde en de Albanezen, wat hem een sterke positie in het nachtleven bezorgt en ontzag inboezemt bij al wie hem een strobreed in de weg zou durven leggen. Hij staat bijzonder bekend om zijn vuile muile, en zijn ongezouten meninkjes over al wie bij hem binnenstapt en het waagt hem tegen te spreken. Johan wast zijn mond niet met zeep vooraleer een crapuleuze uitspraak over stadspolitiekers of hun overspelig gedrag te doen en schept er een duivels plezier in om van ’s morgens tot ’s avonds het stadsbestuur, de burgemeester en zijn vrouw inbegrepen, door de drek te trekken. Ook zijn vermeende sossenvrienden, allemaal schijnheiligen eerste klasse, worden niet gespaard. Daar kan schepentje Weydts van meespreken sinds hij onlangs, samen met zijn amant, door een razende Verniest op straat werd gegooid. Had het schepentje zich in het mannenpissijn van de St-Georges misdragen, een verkeerd woord gezegd, een schunnig gebaar gemaakt, zijn middelvinger in de lucht of in de pot van zijn buurman gestoken, niemand die het weet of durft zeggen. Het zoeken naar de oorzaken, eventueel in zijn jongelingenjaren, van het excentriek gedrag van Weydts in het uitgaandersleven en daarbuiten is een heikele klus en blijft koffiedik kijken. Sindsdien hangt er een camera met gezichts-en geslachtsherkenning boven het herenpissijn met beeldscherm in de gelagzaal. Het hoeft niet altijd dramatisch te eindigen in de St Georges, er zijn best gezellige momenten en leute is verzekerd, vooral wanneer het controversiële schepentje met zijn amant, gechaperonneerd door het onvermijdbare schepentje Ruth, binnenschrijdt om de peuken-en andere bakken aan de voorgevel te komen bewonderen en daarna het herenpissijn bezoeken, waarbij schepentje Ruth zich solidair gedraagt en de plasbuis hanteert.

Johan, in een goedlachse bui : “Ik zei vroeger zelf altijd ‘gooi die peuken en chicletten maar in het rond en spuw uw toebaksspeeksel ongegeneerd op de grond’. Zelfs heroïnespuiten, afgewerkte condooms en tampons werden gedoogd zolang ze maar niet in de lege bierglazen, theepotten of pissijn werden gedropt. Ik veegde ze ’s avonds toch bijeen. Maar nu met die Stasi praktijken van schepentje Vandenberghe is het genoeg geweest. Ik wil mijn klantjes van die boetes redden. Daarom grijp ik nu zelf in. Om te beginnen heb ik zes peukenbakken tegen mijn voorgevel genageld en door mijn goede connecties met de sossen in het stadsbestuur worden die bakken tegen 100 % gesubsidieerd. Maar dat is nog niet alles. Op gebied van bakken tegen mijn voorgevel wil ik in onze stad een voorloper zijn. Zo heb ik via Alibaba ook andere bakken besteld. Met name voor chicletten, heroïnespuiten, afgewerkte condooms en tampons. Ge hebt er geen gedacht van hoe slordig sommige klantjes omspringen met die wegwerpspullen. Elke ochtend ligt dat hier vol op mijn terras, dat is godgeklaagd en niet meer te doen. Verder heb ik in de kringloopwinkel voor een habbekrats zeven spuugbakken voor toebakspruimers op de kop getikt want het sjieken van toebak is een hype bij jonge gasten van nauwelijks zestien, maar ook weer bij gepensioneerde schoolmeesters en failliete middenstanders. Er zijn zelfs dames uit de hogere klasse van ’t Roopeird en uit naai-en breiclubs die zich heden ten dage wagen aan een sjieke toebak van een goed merk. Een beetje een perverse bezigheid, maar het staat chique de dag van vandaag ! En maar sjieken en spuwen dat horen en zien vergaat ! De onvermijdelijke vraag luidt : waar moeten die patisseriewijven dan heen met hun toebakslijm ? Ik ben geen onnozelaar of opsnijder, maar wel de enige cafébaas van heel ‘t stad die mee is met zijn tijd, met de emancipatie van de vrouw en met de klimaatzaak. Het klopt natuurlijk dat peuken, chicletten, heroïnespuiten, toebakssspuugsel, condooms en tampons vreselijk stinken en schadelijk zijn voor de opwarming van onze stad. Anuna heeft mij al tulpenbollen en het nummer van haar bankrekening gestuurd en ook Jean-Pascal Van Yperseele heeft beloofd langs te komen om mijn bakken te tellen, en te controleren of het allemaal wel waar is wat over mij door Peter Lanssens in zijn boulevardgazette wordt geroddeld. Ik kan ook nog verklappen dat mijn terrastaks volledig kwijtgescholden is door schepentje Vandenberghe. By the way, schepentje Ruth is lid van de Kortrijkse Smokeuses, een elitaire havannasigarenclub voor wijven uit de Kortrijkse beaumonde, waartoe schepentje Ruth zich rekent. Met Smokeuse Ruth wordt dan eens goed gelachen aan de toog van mijn café. Azijnpisserige Kortrijkzanen uit de lagere klassen lachen namelijk met alles wat beweegt in Kortrijk, en ze roddelen over bluffers die veel blabla maken. Maar ach, ze roddelen zoveel. Let op, zelf lach ik daar niet altijd mee. Nog dit : de Smokeuses zochten een nieuw onderkomen nadat ze in het vorige op den oek van de grote markt zijn weggejaagd. Ik mag het heuglijke nieuws al meedelen dat ze vanaf 1 april in mijn bovenzaaltje welkom zijn. Er hangt al een camera, dat wordt weer lachen en balken geblazen aan mijn toog. Er zitten ook een paar toebakspruimsters tussen voor wie ik een vintage kwispedoor van met de hand beschilderd porcelein van bij Paul De Grande heb aangeschaft. Door schepentje Ruth gesponsord, ze durft ook wel eens toebak van een beter merk sjieken. En schrijf maar op, mijn geluk als kroegdrijver kan haast niet meer op!”

Dit bericht is geplaatst in Talk of the town. Bookmark de permalink.