Vérootje

Als het van Veronique Decaluwé (47 jaar oud) afhangt, wordt Kortrijk de allervriendelijkste stad van de Vlaanders. “Behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden, met een bulderlach”, buldert Veronique, Vérootje pour les amis.

Op het stadhuis wordt een extra meldpunt ingericht onder de bevoegdheid van toekomstig schepentje Ruth Vandenberghe. Om Kortrijkzanen aan te geven die halsstarrig weigeren te lachen, te glimlachen of te grijnslachen bij de ontmoeting met de burgemeester, een schepentje, een stadsbeambte, nachtburgemeester Adelbert, Philippe Azijn of Frans Lavaert. Kortrijkzanen van elke dag die mekaar niet bij elke ontmoeting lachend begroeten hangt een GAS-boete van 55 euroots boven het hoofd.

Bijna-schepentje Ruth : “Ik ben het nog niet gewoon bevelen en richtlijnen uit te vaardigen, maar ik doe een poging. Sinds mijn benoeming tot schepentje van vriendelijkheid en ambtenarenzaken voel ik het als mijn plicht elke Kortrijkzaan die mijn wegen kruist drie keer te kussen en de schoonste glimlach op mijn aangezicht te toveren. Het is een kwestie van protocol, etikette en galanterie. Nooit waren de Kortrijkzanen meer voor elkaar geschapen dan heden ten dage. Sommigen zullen mij van zeemzoeterigheid en romantische deugdzaamheid beschuldigen, maar daar ik veeg mijn derrière aan. Ik blijf ervoor gaan. Veronique wordt mijn lachmelder die dagelijks de straten afdweilt op jacht naar azijnpisserige Kortrijkzanen die weigeren zich te voegen naar de wensen van mijn lachbeleid.”

Kortrijk: allervriendelijkste stad van de Vlaanders en stad van de bulderlach. Dat wil burgemeester Vincent Van Quickenborne. Kortrijkzanen vragen zich af of hij een paar vijzen los heeft, maar dat is niet zo volgens Vincent. Volgens Kortrijkzanen die de burgemeester niet goed gezind zijn, zo’n zeventig procent, is dat wèl het geval. Erger, ze verdenken Vincent van aanmatiging, hypocrisie en dubbelhartigheid. Zijn geregelde nachtelijke exploratietochten door ongure Kortrijkse buurten en steegjes met bezoeken aan nachtkroegen, goktenten en semi-bordelen waar het niet pluis is en waar hij afgedreigd wordt, met de kans afgeranseld te worden, verraden zijn hang naar avontuur vol gevaar, ver uit de buurt waar de vriendelijkheid en bulderlach overheersen. Dat vindt Vincent een leerrijk en spannend tijdverdrijf en hij heeft het ervoor over om met een kapot geslagen neus en ingeslagen oogkas in de kliniek te arriveren. Dat de burgemeester telkens weer tot diep in de nacht het land van de glimlach verlaat op zoek naar nieuwe, completere en nog gevaarlijker sensaties, wekt het vermoeden op dat hij waarlijk meer dan één vijs en de weg kwijt is.

De kreet ‘Kortrijk, de vriendelijkste stad van de Vlaanders’, zijn niet zomaar woorden in de wind, het gaat over een concreet project.

Burgervader Vincent laat zich inspireren door ene Veronique Decaluwé, 47 jaar oud, uit de Sint-Janswijk. Veronique werkt in een bureau, gelegen rechttegenover het appartementje van burgemeester en zijn vrouwtje.

Schuddebuikend en de extase nabij doet Veronique het verhaal over haar politieke carrière en wat haar zo eindeloos aan het lachen en jodelen bracht.

Veronique : “Mijn politieke carrière steeg als een komeet naar omhoog. Dat ging zo. Ik zit van ’s morgens tot ’s avonds achter een computerscherm in een duf kantoortje van Liantis, een oersaaie instelling die zich bezighoudt met de organisatie van zwart en grijs werk in de horeca en daarbuiten. Dat is rechtover het flatje van Vincent en Anouk. Wanneer ik door het venster gluur, en dat doe ik zo’n dozijn keren per dag, sta ik oog in oog met de personages die de slaapkamer van het burgemeesterskoppel overdag bevolken. Wie en wat ik daar dan zie, daar ik kan hier niet ver over uitweiden, het is grensoverschrijdend en voor vele interpretaties vatbaar. Wel kan ik verklappen dat ik door dat gluren de bulderlach en het schuddebuiken heb weergevonden, wat ik wegens jarenlange liefdesperikelen was kwijtgeraakt. Godganse dagen zit ik nu voor mijn computerscherm te gieren en te ginnegappen in mijn duf kantoortje, in die mate dat mijn nurkse collegaatjes zich daar zorgen beginnen over te maken. Sinds ik aan het brullen en bulken geslagen ben is mijn muf bureauleventje weer draaglijk geworden. Dankzij het beloeren van Vincent en Anouk kwam weer fun en spanning in mijn kantoorleventje. Een half jaar geleden, op een ijzige winternacht toen ik de slaap niet kon vatten, dacht ik : mijn kantoorleven is droger dan de kut van een gepensioneerde raamhoer uit het de chaussée d’amour van Hulste. Hoe kom ik eens in de gazetten of op de WTV en kan ik weer giechelen en gillen van genot en mij laten jouisseren door een nieuwe vrijer. Misschien wordt er een omhaling gedaan om fondsen bijeen te krijgen voor een cruise naar Ibiza. Ik wou definitief afscheid nemen van mijn deugdzaam leven en bedacht tien gedragsregels die mijn leven uit zijn kluisters moesten bevrijden. Zo arriveerde ik op die ijzige nacht in afspanning ’t Paleitje aan ’t tribunaal, pleisterplaats van advocaten, procureurs, strafpleiters, zittende en staande magistraten en misdadigers van gemeen recht. Aan de linker tooghoek hing een man van middelbare leeftijd, zijn ogen diep in het décolleté van de wulpse bazinne gefixeerd en onder haar rok, telkens toen ze voorover boog naar een fles bokma onderaan in haar frigo. De benevelde kroegtijger stelde zich aan mij voor: ‘Vincent is de naam, om u te dienen, blij u te ontmoeten, en wie bent u, ik offreer u een jonge bokma.’ ‘Ik, Veronique, een dolende vrouw uit de St Janswijk, Vérootje pour les amis, ik wil uw vriendje zijn’. Dat moest ik geen drie keer gevraagd worden. Ik geraakte krols van de opwinding. Het klonk als een bijna huwelijksaanzoek. Daar hing hij dan, burgemeester Vincent himself ! Helemaal in de wind, maar wat een innemende man, wat een bewonderenswaardige gave om de kleine gevoelsnuances en gemoedsbewegingen van een op avontuur beluste vrouw als ik aan te voelen en zo op slag te detecteren. Wat een intelligentie en geestelijk vernuft. Met één blik was ik verloren, gaf ik mij over. Een blikseminslag. Ik gaf mij. Vincent bezat mij. Bij het hijsen van de derde jonge bokma aanvaarde ik om op zijn lijst te staan. Een nacht om nooit te vergeten. Ik werd verkozen met één programmapunt : Kortrijkzanen aan het schateren brengen in alle omstandigheden, ook tegenover de pakmadammen van schepentje Axel Weydts. Je moet de mensen tonen dat ze welkom zijn. Dat geldt trouwens ook voor de schepentjes, kabinetards en het stadspersoneel. Als ze door de wandelgangen van het stadhuis schrijden, moeten ze vriendelijk zijn en de Kortrijkzanen van alle dag niet hooghartig in hun gezicht uitlachen, maar grinnikend goeiendag zeggen. Ook de norse kleine commerçanten en cafébazen moeten manieren leren en hun klantjes met een kwinkslag en vette mop onthalen. Ook mensen van Waregem, Pajottenlanders en Boerelarenaren moeten proestend van verbazing bejegend worden, om nog te zwijgen van de klabakken die liever hun knoet bovenhalen dan de smile. Dan krijg je als resultaat dat mensen zeggen ‘ga naar Kortrijk, het is er zo knus en iedereen loopt er schuddebuikend rond’. Zomaar. Eigenlijk zijn alle inwoners ambassadeur van Kortrijk. Toon dat je trots bent op je stad en hoe blij je bent om hier te wonen, te leven, te vrijen en te werken. Ik ga mijn wil niet opleggen, maar wel naar het meldpunt bellen wanneer ik er eentje betrap die met een terpentijngezicht door de winkelwandelstraten loopt of een Frans Lavaertje doet. En Philippe Azijn moet zijn achternaam veranderen in een naam met een hoge feelgoodfactor, bijvoorbeeld Philippe Dolci d’ Amore, honingzoet, humoristisch en een tikje ondeugend en absurdistisch. Helemaal Philippe. Ik ga ook overleggen met schepentje Axel Ronse, een man van vele markten thuis als het erop aankomt onbedaarlijke lachsalvo’s en schuddebuiken te ontketenen bij de eerste woorden van zijn beruchte feelgood speeches over hondenleed en kattengeluk. Zo ga ik een T-shirt ontwerpen met de spreuk : ‘Wie met zichzelf kan lachen is nooit belachelijk’. Er zijn nog andere lachdomeinen waar aan gewerkt kan worden en dan denk ik aan gieren in de slaapkamer door het uitroepen van de naam van je ex of het foute gaatje binnendringen. En lachen op de steenwegen. Zodat het veel leuker wordt om Kortrijk binnen te rijden. Tot op 5 januari, daar zal ik, verstrengeld in de greep van de gillende burgemeester, de eerste bulderlach van het jaar in de opgezweepte menigte gooien. Ik wens alle lachende Kortrijkzanen een bulderend nieuwjaar.”

Dit bericht is geplaatst in Talk of the town. Bookmark de permalink.