Jennifer

De stad Kortrijk koopt het reuzenspringbed op de Grote Markt.

Schepentje Arne Vandendriessche bevestigt : “Ja wij hebben dat gigantisch springbed op de Grote Markt aangekocht voor 12.644 euroots, zonder de matras. Geen koopje natuurlijk, als ge weet dat men bij Leen Bakker al een Drôme boxpringtwijfelaar van 200 op 120 centimeters type riga inclusief topdekmatras voor 299,99 euroots op de kop kan tikken. Zo’n Leen Bakker is dan ook geen postmoderne sculptuur, maar een ordinair bed, voor nauwelijks twee personen als ge ’t mij vraagt. Wij van de stadscoalitie aanzien het maxi springbed van de Grote Markt niet als een bed, maar als een conceptueel kunstwerk en daarom hebben we er een zak euroots voor over. Kan daar één Kortrijkzaan tegen zijn, behalve de overjaarse mierenneuker Frans Lavaert?”

De kunstenares Jennifer Rubell vloog speciaal uit New York naar Kortrijk over om het kunstwerk in te wijden en de check te incasseren.

De motivatie, in ingestudeerd artiestenjargon, van schepentje Arne Vandendriessche voor de Kortrijks kunstaankoop van de eeuw is de volgende :

Arne : “Jennifer Rubell is een Amerikaanse conceptuele artieste die in haar leven en werk de fysieke interactie tussen kijker en object centraal stelt. Artiesten spreken ook via objecten bijvoorbeeld via lantaarnpalen, schotelantennes, zeesluizen, spoorwegslagbomen, tuinkabouters en bij Jennifer via reuzenspringmatrassen. Het technisch-functioneel gebruik van de dingen is een uitweg uit de banaliteit van alledag. Men kan een matras voor de eeuwenoude daad misbruiken, maar een springmatras heeft een dimensie meer. Men kan erop dansen en springen, tot jolijt van de toeschouwers. Zoals men tuinverlichting kan gebruiken om de tuin te verlichten, zodat we bij nacht nog in de tuin kunnen. Jennifer bedient zich van een brede waaier van participatieve mediums, gaande van interactieve sculpturen over schilderijen en video-installaties tot en met food performances. De oppervlakteruimte rondom de springmatras mag er, denotatief, niet meer uitzien als een steenwoestijn, maar dient opgevuld met bijkomende zitbanken, dit wil zeggen betekenissen. Daarover straks meer. De performance van Jennifer getiteld The de Pury Diptych en Nutcrackers in Brooklyn New York was dan ook een megasucces. Rubell behaalde een master na master Beaux Arts aan de Harvard University. ‘Bed’ is een monumentaal opgezette participatieve sculptuur waarvoor de kunstenares Kortrijk als inspiratiebron gebruikte, en zij voorvoelde dat wij het kunstwerk gingen aankopen, hetgeen haar intrede in onze stad enorm faciliteerde. Het kunstwerk is een grote stap voorwaarts in onze erkenning in 2030 als Europese hoofdstad van de Cultuur. Collega schepentje An Vandersteene, een onbetwiste connaisseuse van het genre, had een dikke vinger in de pap bij de selectie van Jennifer en haar grensverleggend conceptueel artwork. De geschiedenis van onze stad als centrum voor van vernieuwende weeftechnologieën – vooral voor de productie van superieur damast en matrastijk – was de achtergrond waartegen Rubell haar project tot stand bracht. Het geheim van deze methodologie is haar transparantie. Het baant de weg voor ‘hogere cultuurmachten’, waar we als leken geen vat op hebben. Het werk kreeg de vorm van een enorm bed dat in het midden van de Grote Markt komt te staan, omgeven door historische gebouwen en het hedendaagse leven in de stad. Dit ‘Bed’ dient niet om in te slapen of er de eeuwenoude daad in te plegen, maar als een springkasteel tot hoog in de lucht voor springers groot en klein. Elke sprong bezorgt vermaak en vogelperspectief op het stadhuis, oude mensen, het belfort, de standbeelden, de oudstrijders, de cantine van Koen Byttebier, de café’s, het weer, de tooghangers in bar des amis en levert een geestesverruiming op, ver weg van de oubollige traditionele waarden en normen. Het gaat over veel meer dan dagdagelijkse levensvragen. Goede bedoelingen volstaan niet en wereldbeschouwingen noch politieke doctrines bieden een uitweg uit het moeras van de mediocriteit en platvloersheid. ‘Bed’ is een monument voor de huiselijkheid dat hulde brengt aan de vele vormen van vrije liefde en het open huwelijksleven en alle variaties hierop, zoals ik dat zelf tracht in de praktijk te brengen in mijn persoonlijk leven van alle dag. In tegenstelling tot monumenten die ons aan oorlogen, helden of verwezenlijkingen herinneren – fysiek en conceptueel ontastbare zaken – , nodigt ‘Bed’ uit om deel te nemen. De verwachte abstracte metastructuur is betekenisloos en leeg. Pure vorm. Zo verdwijnt het taboe op fysiek betrokken raken bij kunst, samen met het taboe dat rust op vrolijk rondspringen op een perfect opgemaakt bed. Het werk vertolkt op die manier de warmte van een thuis en de toegeeflijkheid van een ouder. Big Picture, maar niet als visioen. Je kunt er niet mee eens of mee eens zijn. Hooguit kunnen de paradoxen die ertoe leiden in kaart worden gebracht. Ik vat samen : wie de slogan van conceptueel artiest Johan Van Geluwe hoog in het vaandel houdt, hoeft geen verdere commentaar. Hij prijkt boven mijn bed : l’ Art Poor l’Art, Mort Pour l’Art, l’Or Pour l’Art”

Dit bericht is geplaatst in Humor. Bookmark de permalink.