Mercurieus…(2)

Geachte Jarretelle van Kortrijk,  

De heilloze woordenkramerij in een anoniem bericht over de sloop van Mercurius, waarin de auteur SOK in diskrediet tracht te brengen, ei zo na van corruptie beschuldigt, moet ik ten stelligste nuanceren.

Het is niet omdat ik ooit aan de tapkast van Bar des Amis, in een frivole bui na het hijsen van drie, vier Omers, bekend heb dat ik de wettelijke regels omtrent de site Ballegeer zogezegd zou oprekken, om tegemoet te komen aan de eisen van mijn kameraden uit de bouwmaffia, dat dit enigszins strookt met de waarheid en de keiharde realiteit. U weet toch ook dat er een hemelsbreed verschil is tussen waarheid en schijn ? Tussen de geruchten, de kommeerewijven en niets dan de rauwe waarheid ?

Ik voeg er met veel misbaar aan toe dat ik nog nooit van mijn leven met een andere vrouw dan de mijne op kosten van een immobilier in een sterrentent getafeld of veuve clicquot gehesen heb, of dat ik mij heb laten verleiden tot het gesponsord bezoeken van etablissementen met rode lantaarns langs de chaussée d’amour van Sint-Martens-Latem, ondanks mijn chronische bloedrode kwelling.

Ik kan echter niet versteken dat ik in dat landelijk dorp aan de oude Leiearm destijds wel de maandelijkse elitaire vernissages van galerij Pieters aandeed, alwaar tot de ochtend champagne van een goedkoop merk werd uitgegoten, in het bijzijn van interessante projectontwikkelaars gechaperonneerd door kunstenares Boël, die zich altijd op het voorhoofd liet zoenen.
Op een keer liep ik er de burgemeester van Knokke tegen het lijf, samen met de ceo van La Compagnie du Zoute. Ik kan niet ontkennen dat ik toen veel nieuwe truken heb aangeleerd. Een Bart De Weverke doen, is daar iets mis mee ?

Voor de chagrijnige criticasters wil ik nog meegeven dat ik op 14 oktober 3270 stemmen achter mijn naam verzamelde. “Veel te veel en ’t is hier één grote hoererij”, zei mijn vrouwtje nog tijdens de feestelijkheden in de bar van Damier. “So what, leuk, waarom niet, of zijt gij een pilarenbijtster”, was het blitse antwoord van chocomousseboer Beugnies, de radde tong van Marke.

Wie de moraalridder wil uithangen, hij werpe de eerste steen.

Genegen,

Wout Maddens
schepen van stedenbouw

Dit bericht is geplaatst in Lezersbrieven. Bookmark de permalink.