Capri C’est Fini

Zijn appeltje voor de dorst is verdwenen.

(Maar niet dat van Axel Weydts)

We vloeken. We sakkeren. We zuchten eens diep als we weer maar eens in een file staan of een wegomlegging moeten volgen. Het kost wat van onze tijd al die wegenwerken. En we hebben er al zo weinig terwijl we van hot naar her hollen en ons prioriteitenlijstje almaar langer zien worden. We staan echter nooit stil bij die mensen die aan de werken wonen of werken. Die te vroeg gewekt worden door bulldozers of graafmachines. De mensen die elke dag opnieuw hun huis moeten poetsen door het vele stof. De gezinnen die met overvolle boodschappentassen plassen en putten moeten trotseren. En die mensen hebben meer te vloeken op dat moment. Zeker de kleine handelszaken die door de werken hun klanten zien wegblijven, krijgen het hard te verduren. Dan heb je de mensen zoals Ghislain (pagina 2-3). Zijn verhaal kroop deze week onder mijn vel. Hij heeft zijn hele leven gewroet en gewerkt. Zoals zoveel West-Vlamingen: een harde werker en nooit hoog van de toren blazen. Elke maand een centje opzij zetten voor zijn ‘oude dag’. Genieten, maar met mate. Geen blingbling, wel deuredoen. Hij zag zijn zuurverdiende spaarcenten het voorbije anderhalf jaar in rook opgaan. Op zijn 59ste is zijn appeltje voor de dorst volledig verdwenen. Door die wegenwerken waar wij zo vaak op vloeken. Toch hebben we Ghislain nooit horen klagen of zagen. Hij bleef deuredoen. Als de klanten niet meer tot bij hem geraakten, trok hij zelf naar de markten met de planten die hij – zelfs tot ’s nachts toe – in zijn eigen serre kweekt. Het bleek onmogelijk om het hoofd boven het water te blijven houden. En zelfs dan nog blijft hij deuredoen. Tot er een journalist van ons bij hem aanklopte. Hij gunde zichzelf een pauze en deed zijn verhaal. De stoere façade brak, net als zijn stem. Bij het verhaal van Ghislain kan je niet onbewogen blijven. En als ik nog eens een plantje nodig heb, weet ik waar ik het zal kopen.

MIEKE VERHELLE
Krant van West-Vlaanderen 26.10.2018

Schepentje van mobiliteit Axel Weydts reageert als door een wesp gestoken :

“Ik kan ik daar godverdomme niets aan doen. Het is allemaal de schuld van Stefaan De Clerck en de CD&V die destijds de absurde plannen van het Vlaams Gewest goedkeurde. Zij wilden een autobaan met fietsers die te midden van de auto’s moeten rijden en een voetpad van zes meters breed, waar hoogstens zeven voetgangers per dag passeren. Ik vermoed daar het klassiek gekuip met aannemers achter, aangevuld met door corruptie vergiftigde plannen van imbeciele wegenexperten. En dat de werken twee volle jaren aansleepten, komt door het gebrek aan geld bij het Vlaams Gewest dat zijn euroots liever in dure luxeprojecten en zandeilanden tegen de zeventienduizendjarige storm vergooit, en in de giet-maar-uit mentaliteit van de oversized kabinetten van de ministers Weyts en Muyters. De aannemers van de Pottelberg moesten al om drie uur in de namiddag de werkzaamheden stoppen en nooit waren er meer dan vier werklieden op de chantier te bespeuren. In de zomer lagen de werken, wegens de Opwarming zeiden ze, twee maanden volledig stil. Te warm. Ik geef één misstap toe : door mijn idioot verbod op werfverkeer tijdens begin en einde van de schooluren moesten de werfcamions per dag drie volle uren stilstaan, waardoor er amper nog drie uren overschoten om aan de slag te gaan. Daarenboven heb ik na één jaar werkzaamheden beslist om de plannen te wijzigen en het reeds aangelegde fietspad terug op te breken, volledig te herleggen en te verlengen. Dat kostte veel geld en tijd. Ik moest natuurlijk veel eerder ingegrepen hebben want die ingreep was desastreus voor de vertraging van de werken. Nog eens zes maanden erbij. En nu ligt dat noodlottig fietspad nog altijd niet op zijn plaats en zijn de voetpaden nog altijd vier en half meters breed voor zeven passanten per dag. En ja, dat er daar een kleine commerçant of twee over de kop is gegaan en met zelfmoordgedachten rondloopt, en vijf anderen zo goed als, tja, daar lig ik niet wakker van. Ik heb daar een Marxistisch-Leninistische visie over : wie de ambitie koestert om kleine commerçant te spelen, zoals die zagende en klagende planten-en bloemenboer van de Pottelberg, uit puur winstbejag dan nog, moet op zijn blaren zitten. Kleine commerçanten die niet kunnen weerstaan aan de lokroep van zwartwerk, zwartgeld en belastingontduiking, die hun leven lang hun zakken vullen op de kap van de kleine werkman, en daarmee willen overleven tot aan hun pensioen van 67, die moeten niet afkomen met kleinzerige besognes, treurzangen, zelfbeklag en dreigen met de koord, wanneer het al eens wat slechter gaat omdat de klantjes niet meer afkomen wanneer de straat een paar jaren open ligt. Bovendien, er is een hinderpremie voorzien van 37 euroots per dag voor kleine commerçanten wiens straat voor onbepaalde tijd open ligt. Maar dan moeten ze wel aan de strenge voorwaarden beantwoorden, het ware maar dat tekort. Zo moeten ze hun spaarboeken, waar ze nooit belastingen op betaalden, openleggen, hun roerende en onroerende bezittingen, zwarte kasbons en aandelen in binnen-en buitenland en op de Maagdeneilanden in de plaatselijke gazetten publiceren en in de Moniteur Belge, en al hun zwart geld verbranden, in navolging van sociaal-democraat Frank Vandenbroucke, een toonbeeld van een Marxist, wiens buste in mijn slaapkamer staat. Ze moeten ook voldoen aan de wetten tegen racisme, discriminatie en seksisme, want velen verduiken exotische arbeidskrachten, het zijn postmoderne slaven, in hun kelder. Ze mogen geen veroordelingen wegens openbare zedenschennis of dronkenschap, ongewenste intimiteiten, xenofobie, islamofobie of hatespeech opgelopen hebben en niet op de mietoe lijsten prijken. Hun diploma’s, attesten en vervalste rijbewijzen C en D moeten aangeslagen en gerevalueerd worden, nadat ze nieuwe bekwaamheidstesten hebben afgelegd. U ziet, voor wat hoort wat. Met de dooddoener van Kafka moeten ze bij mij niet afkomen. De Staat kan niet blindelings met zakken euroots gooien naar al wie denkt een nette kleine commerçant met straathinder te zijn, die zijn schaapkes nog niet op de het droge zegt te hebben. Mijn man en ik slapen met een gerust geweten onder het welwillend oog van Frank, en wij dromen van geestesverruimende vakanties aan de baai van Napels en Sorrente en op het Isle of Love Capri. We houden van het goede leven, van zand, zon en zee en van exquise spijs en drank. Mijn 3.745 euroots netto per maand komen goed van pas. Ze volstaan voor een zorgeloos luxeleven op de Torre van K-stad, ver weg van openliggende straten die mijn leven vergallen en het gevangen houden. Ik dank de hemel geen kleine commerçant van de Pottelberg te zijn.”

Dit bericht is geplaatst in Geen Verzinsels. Bookmark de permalink.