Le Bon de Courtrai

Na zijn ophefmakende outing als rode rakker trof Jarretel volksmens Luc Lebon met zijn onvermijdelijke expresso en dubbele Martell aan op het terras van afspanning St Georges bij kroegdrijver Johan Verniest, zijn rode partner in crime. St Georges is de stamkroeg voor de gearriveerde Kortrijkse sos. Luc, in gezelschap van de begeerlijke Nathalie, zijn vrouw, de schoonste vrouw van Qlown Town zeggen connaisseurs, zag er ontspannen uit en het rode vuur van de liefde en van de politiek spatte uit zijn ogen. De niet te evenaren opgewektheid van het liefdespaar werkt aanstekelijk op de klandizie van de kroeg. Het koppel verdient dan ook de award voor de meest aangrijpende echtelijke liefde.

Jarretel : Luc, waarom heb je voor de politiek gekozen, voor de sossen dan nog ?

Luc : Wel, euh, goed dat ge dat vraagt, ik ga daar heel open in zijn. Ik ben al een tijdje op zoek naar een nieuwe uitdaging en de gemeenteraadsverkiezingen vond ik een opportuniteit. Natuurlijk wou ik niet zelf alle partijen aflopen om te gaan bedelen voor een plaats op de lijst. Ik ben geen schooier hé, ik heb mijn eer en reputatie te verdedigen. Ik legde het dus slim en sluw aan boord. Mijn enorm netwerk in de stad heeft me geholpen, ik ben namelijk zeer populair, beroemd, zelfs berucht. Toen Verniest op de sossenlijst stond te paraderen, rook ik mijn kans. Johan is niet de eerste de beste, maar ook niet zo populair en zo geliefd als hij wel denkt. Het ging zo. Op 1 april, geen aprilvis, zond ik via Nathalie een signaal naar een vriend uit de kringen van de sp.a. Ik uitte mijn belangstelling in de Kortrijkse politiek met voorstellen die de Kortrijkse horeca en de zangstonden in de oudemannenhuizen weer op de kaart konden zetten. Wekenlang hoorde ik niets meer tot ik twee dagen geleden een telefoontje van Iwein van ’t Kroegske in Oostende kreeg, ’t kleinste caféetje van de Vlaanders, met de oudste kroegbaas, vijfentachtig. ’t Kroegske is zeven vierkante meters groot met een toogske van één meter en half, drie barkrukken en een rond tafeltje in de hoek voor twee. Iwein drijft de kroeg al zestig jaar en staat bekend als rode Oostendse kroegbaas met een missie, en heeft intiem contact met burgemeester Jogan. Ooit hing ik daar in mijn jongelingenjaren eens drie dagen en nachten aan de toog tot ik, zo zat als een Zwitser, door de pandoeren naar mijn toenmalige vriendin werd gebracht. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, mijn Kortrijkse connectie is een wekelijkse tooghanger bij Iwein, die in het lang en breed over mij en mijn exploten vertelde. Iwein is een excellente luisteraar, noteerde mijn naam op een beduimeld bierkaartje en stuurde het naar Jogan. Van ’t een kwam ’t ander en zo kwam mijn naam terecht op het hoofkwartier van de Kortrijkse sossen. Daar liet men er geen gras over groeien. Quickie, Statler en Waldorf, Hannelore Vanhoenacker en de hele Kortrijkse politieke reutemeteut lagen op de loer om mij binnen te doen. Een onbescheiden kerel met zoveel talent als ik en succes bij de vrouwen was wat ze nog bij de sossen zochten om de gaten op hun lijst op te vullen. Gisterenavond ging mijn Samsung Galaxie S9 plus over. John aan de lijn. “Doen” toeterde Nathalie, zoals altijd vol vuur. “Chouke, ge wordt zekerst gekozen, mijn man die in de gemeenteraad zit èn schepen van de horeca en de oudemannenhuizen wordt, naast al die tederheid en liefde, wat kan ik nog meer wensen, een droom, wat een geluksvogel dat ik toch ben. Morgen ga ik in Roeselare rode vintage kleren kopen en schoenen van Christian Louboutin met rode toppen en felrode zolen voor mij èn voor gij. Het moet lukken, rood is in de mode !” Ziedaar mijn verhaal over mijn instap in de rode Kortrijkse politieke diergaarde. Wat is dat toch knap van mij !

Jarretel : Maar, heb je dan geen vijanden in Kortrijk ? Sommigen noemen je een onhandelbare welweter en een door en door slechte Kortrijkzaan.

Luc : Bah ja gij, natuurlijk heb ik vijanden, en veel zelfs, maar ze zullen ook voor mij stemmen. Veel kiezers hebben geen keuze meer, ze zijn de dorpspolitiek zo gruwelijk beu, ze willen liever niet stemmen. Ze moeten, en daarom zullen ze met hun voeten stemmen, dus voor mij. Bovendien, ik heb een reputatie als slechte Kortrijkzaan te verdedigen. Ik mag bijvoorbeeld niet binnen in de slechte mensenclub van Frans Lavaert omdat Frans de allerslechtste Kortrijkzaan wil blijven, na Johan Verniest. Ik sta op de derde plaats, maar Lavaert is een chagrijnige oude zak, een neuroot die hele dagen kwijlend en zeurend door de straten slentert en elke Kortrijkzaan uitkaffert voor onnozelaar en imbeciel en de vrouwen die hij niet kan krijgen beledigt, afsnauwt en uitmaakt voor naar ajuin en knoflook stinkende netenwijven. Als onhandelbare en betweterige Kortrijkse slechterik zal ik een zak stemmen halen dat nooit iemand in Kortrijk ooit heeft gezien. Bovendien, ik ben een mooie man, zegt Nathalie en zij niet alleen. Ze noemen mij in Kortrijk niet voor niks Le Beau de Courtrai ! Onthoud goed mijn woorden, mon ami !

Jarretel : Heb je een programma ?

Luc : “Maar natuurlijk, man, dat is zeker dat. Kijk, ik ben een bekende danseur en dans de Argentijnse tango als de beste van de stad. Daarnaast, de foxtrot, boerencharleston, sirtaki, calypso, mazurka, bolero, swing, rokenrol, chachacha, Weense wals van Johan Strauss, volksdans en de vogeltjesdans die ik elke avond met Nathalie voor het slapengaan uitvoer. Bij wijze van voorspel, als je mij begrijpt haha. Ik zing alle smartlappen van Eddy Wally, Salim Segers, Lucie Loes en de Zangeres zonder Naam. Ik ken ze allemaal uit het blote hoofd. Ik bespeel doedelzak, schuiftrombone, pauken en trommels van alle slag en soort. Ik kan zelfs keelzingen, een discipline die hier niemand kent en waarin ik op eenzame hoogte sta. Verder ben ik een geboren en getogen horecaman en sociaal voelend medemens. Mijn programma luidt dan ook : gratis dans-en zanglessen voor alle Kortrijkzanen op kosten van de stad, onder mijn leiding. In alle oudemannenhuizen elke week een dansnamiddag onder mijn leiding, op kosten van het ocmw. En de Kortrijkse horeca ligt morsdood. Ik wil ze weer op de wereldkaart zetten. Het moet gedaan zijn met het kloten en het bloed van onder de nagels zuigen door het stadsbestuur van de Kortrijkse cafébazinnen en pitta-meeneem-kebab-frietkot-en restaurantbazen. De pestbelastingen moeten weg, de terrassen moeten gratis heel het jaar door en het moet gedaan zijn met de bemoeienissen met het terrasmeubilair en de zwarte kassa moet terug in voege komen. Ook moeten er weer auto’s op de Grote Markt, het Vandaleplein, de Grote Kring en ’t Schouwburgplein. Zwart en grijs werk moet terug volop in zwang geraken en de café’s moeten dag en nacht open blijven, zonder vergunning en zonder gestapocontroles. Leeftijdsgrenzen voor drank moeten afgeschaft worden en het smoren moet weer toegelaten worden, ook in de kabinetten van de schepenen. Last but not least wil ik dat de stad alle feestelijkheden, etentjes en stadsrecepties in mijn zaal Luna in Bissegem laat doorgaan. Ik ben een ambitieuze middenstander.

Jarretel : Zijn er dan géén grenzen meer aan het uitgaandersleven en het genot in Kortrijk ?

Luc : Nee, geen grenzen meer, zoals in the good old sixties. Waar alles kon, alles mocht. Ik kijk uit naar 14 oktober.

Jarretel : Heb je een levensmotto of een diepe filosofische gedachte om je kiescampagne boven de middelmaat te doen uitstijgen ?  

Luc : Ach, wat heeft het voor zin om het leven somber en troosteloos in te zien, ik ben een positivo en een optimist tot in de kist. En weet je, slechteriken en wijsneuzen als ik geven de beste raad. Dat zeg ik elke avond tegen Nathalie, mijn liefhebbend vrouwtje, en dan voelen we ons nog veel dichter bij mekaar.

Dit bericht is geplaatst in Geen Verzinsels. Bookmark de permalink.