Qlown Town bankroet

van begin 2014 tot einde 2018

De bronnen van alle onderstaande cijfers zijn:

  • voor de stad Kortrijk: “Strategisch meerjarenplan / aanpassing 10 / 2014-2020”
  • voor het OCMW Kortrijk: “Meerjarenplan 2014-2020 / opgemaakt in oktober 2017”

DE STAD KORTRIJK

  1. Begin 2014 bedroeg de schuld waarvan de stad de hoofdschuldenaar is: € 158.167.270,55. Eind 2018 zal de schuld waarvan de stad schuldenaar is, bedragen: € 125.506.870,73. Dit is een vermindering van de schuld voor € 32.660.399,82 (= € 158.167.270,55 – € 125.506.870,73) Echter: Begin 2014 bedroegen de reserves van de stad: € 45.830.984,21, zodat de eigenlijke schuld begin 2014 bedroeg: € 112.336.286,34 (= € 158.167.270,55 – € 45.830.984,21). Eind 2018 zullen de reserves bedragen: € 11.681.900,20. De “matras” van de stad zal in de periode 2014-2018 verminderd zijn met € 34.149.084,01 (= € 45.830.984,21 – € 11.681.900,20). Na compensatie van plus en min komt dit neer op de vermeerdering van de schuld van de stad met € 1.488.684,19 (= € 34.149.084,01 – € 32.660.399,82) over de periode van 2014-2018.
  2. Begin 2014 bedroeg de schuld waarvan de stad de hoofdelijke mede-verbonden schuldenaar is: € 16.790.154,46.Eind 2018 zal de schuld waarvan de stad de hoofdelijke mede-verbonden schuldenaar is, bedragen: € 63.738.144,28.Dit is een vermeerdering van de schuld met € 48.436.674,01 waarvoor de stad eveneens instaat (= € 63.738.144,28 – € 16.790.154,46). Die schulden waarvoor de stad mede-verbonden schuldenaar is, betreffen de zogenaamde satellieten, nl. de Autonome Gemeentelijke Bedrijven (“AGB’s”) PARKO en SOK respectievelijk de Politie (waarvoor rond de 20 % door Kuurne en Lendelede uiteindelijk moeten worden gedragen) en de Kerkfabrieken (die weinig voorstellen). Het OCMW dat eigenlijk ook een “satelliet” is, wordt hieronder besproken (punt II).
  3. De PPS-constructie rond het nieuwe zwembad wordt in de voormelde cijfers niet in rekening gebracht. Voor het nieuwe zwembad heeft de stad zich echter voor een lening van € 30.000.000 borg gesteld. De stad zal deze lening moeten aflossen in de toekomst. Deze aflossing moet worden opgenomen in de exploitatierekening. De stad hoopt het grootste deel van de aflossing van deze lening te kunnen recupereren door de vergoedingen die zullen worden gevraagd voor het gebruik ervan.
  4. Globaal (“geconsolideerd”: schulden van de stad zelf én de voormelde “satellieten”) verslechtert de schuldtoestand van de stad met € 49.925.358,20 (= € 1.488.684,19 + € 48.436.674,01) over de periode van 2014 tot einde 2018. Dit betekent een verhoging van de schulden over die vijf jaar met: 49.925.358,20/1.123.362,8634 = 44,4472 %
  5. Wat opvalt zijn de geëxplodeerde balansen van de AGB’s PARKO en SOK. PARKO en SOK hebben veel bevoegdheden van de Stad (College van Burgemeester en Schepenen respectievelijk de Gemeenteraad) overgenomen. Dit is op zich een democratisch deficit m.b.t. de desbetreffende beleidsdomeinen: de democratische controle in PARKO en SOK is slechts getrapt: de controle geschiedt niet rechtstreeks door de Gemeenteraad, doch slechts door personen die door de Gemeenteraad zijn aangesteld. Deze AGB’s hebben zeer veel nieuwe schulden aangegaan: over vijf jaar is hun schuld van € 16.790.154,46 naar € 63.738.144,28 gegaan. Zelfs als men rekening houdt met een (kleine) gehoudenheid van Lendelede en Kuurne (Politie), is deze schuldvermeerdering gigantisch.

OCMW KORTRIJK

  1. Begin 2014 bedroeg de schuld waarvan het OCMW de hoofdschuldenaar is: € 22.291.885. Eind 2018 zal de schuld waarvan het OCMW de hoofdschuldenaar is, bedragen: € 33.719.709. Dit is een verhoging van de schulden over de vijf jaar met een bedrag van € 11.427.824 (= € 33.719.709 – € 22.291.885) ofwel een verhoging van 51,2645 % (11.427.824/222.918,85 = 51,2645 %). In deze bedragen zit niet de meerkost die het gevolg zal zijn van de tegenslagen bij de bouw van het RVT te Bellegem (faillissement van de hoofdaannemer). Schrijver dezes wil er ook op wijzen dat het OCMW trouwens geen buffer heeft aangelegd om mogelijke tegenslagen op te vangen… Er wordt ook alhier geen melding gemaakt van de vermindering van het actief van het OCMW dat onroerende goederen heeft verkocht… De schulden zijn verhoogd en het actief is verminderd.
  2. Wanneer het meerjarenplan 2014-2020 ook wordt gelezen voor wat betreft het kalenderjaar 2019, krijgt men koude rillingen als men moet vaststellen dat er, op basis van wat thans bekend is, als nieuwe lening voor 2019 wordt vermeld : € 11.000.000. Dit terwijl de bedragen voor nieuwe leningen zijn voor 2014 tot 2018: € 4.500.000 (2014), € 3.500.000 (2015), € 1.000.000 (2016), € 6.000.000 (2017) en € 5.000.000 (2018). De lezer zal nog eens naar www.kortrijk-vooruit.be gaan en de bijdrage van Catherine Waelkens lezen onder: “HOERA, DE AUTOFINANCIERINGSMARGE IS POSITIEF !”. Dan zal de lezer begrijpen op welke slinkse wijze de stadscoalitie in het algemeen en Philippe De Coene in het bijzonder, de aan het OCMW opgelegde financieringsmargeregels ontwijken en hierbij de toekomst van de Stad en het OCMW verregaand hypothekeren. De globale schuld van het OCMW verhoogt einde 2019 hiermee tot € 42.579.350; dit wil zeggen van begin 2014 tot einde 2019 een verhoging met een percentage van 91 % (eenennegentig procent !) (42.579.350 – 22.291.885)/222.918,85. Wie dit normaal vindt, is niet (meer) wijs. Onnodig hierbij te noteren dat de stadscoalitie hiermee een fameuze begrotingspeer aan het stoven is voor de volgende coalitie. Gedreven door ondemocratische gevoelens ontneemt de huidige (stads)coalitie haast elke beleidsruimte aan de volgende coalitie.

STAD KORTRIJK en OCMW KORTRIJK

Onder de volgende coalitie zal het OCMW “ingekanteld” worden in de stad. Het beleid en de rekeningen zullen bijgevolg geconcentreerd worden in het College van Burgemeester en Schepenen en de Gemeenteraad. De volgende coalitie zal (bitter) moeten vaststellen dat er -over 2014-2018 (€ 49.925.358,20 + € 11.427.824 = € 61.353.182,20) zal bijgekomen als schuld zijn ofwel 45,57 % 61.353.182,20/(1.123.362,8634+222.918,85) -over 2014-2019 zelfs € 70.212.823,20 (= € 49.925.358,20 + € 20.287.465), ofwel 52,15 % 70.212.823,20/(1.123.632,8634+222.918,85)

CONCLUSIE

De Kortrijkzanen hebben nog nooit dergelijk hoge schuld gezien en hun kinderen zullen zich blauw, geel en rood betalen.

Pieter Vanherpe
Kortrijk Vooruit

Dit bericht is geplaatst in Ingezonden Stukken. Bookmark de permalink.