Frans Claus en Philippe

HOE KORTRIJK ZIJN HUGO CLAUS VERLOOR ALS EREBURGER !

Hugo Claus bracht zijn kindertijd door in Kortrijk, een provincienest waarmee de ijdeltuit der ijdeltuiten altijd een haat-liefde verhouding heeft gehad. Ooit beschreef hij Kortrijk als “een intellectuele woestijn en een triomf van pretentie”. Volgens slechte Kortrijkzanen de nagel op de kop. Het is nu 10 jaar geleden dat Hugo zich door het doodseskader van Distelmans en Cie liet doodspuiten en bij die gelegenheid wordt nogmaals het hilarisch verhaal over zijn zogenaamd ereburgerschap van Kortrijk opgediept.

Het was schepen Philippe De Coene die in 1998 (toen gemeenteraadslid) het ideetje lanceerde om Claus tot ereburger van Kortrijk door de gemeenteraad te laten erkennen en tevens een Hugo Claus Huis in te richten in Messeyne.

Aan de tapkast van afspanning In de Wolken, bij het sympathiekste cafébazinnenkoppel van Qlown Town Steffie en Vetje, voerden wij van Jarretelle nachtelijke tooggesprekken met de hoofdrolspelers in het melodrama. Steffie en Vetje zijn berucht om hun sympathieke verschijning ten aanzien van hun overjaarse klantjes, (gemiddeld 79, de Kortrijkse artistieke avant-garde en een handvol halfintellectuelen), in het bijzonder tegenover klantjes die nog nooit over de vloer kwamen. En wanneer familie De Clerck-De Jaegere neerstrijkt worden de halfintellectuelen met halfzachte hand naar buiten begeleid. Daarna kussen de cafébazinnen de voeten van het elite-gezelschap en kan het uitzuipfeest beginnen. Niets aan te doen, de regels van het Huis. Gedurende de tooggesprekken zagen we plotsklaps Steffie en Vetje met schepen De Coene in de achterkeuken verdwijnen. Niemand keek op.

We staken van wal, kwamen onmiddellijk terzake. Een hilarische avond aan de tapkast van de Wolken, onder het meesmuilend oog van Steffie en Vetje.

Philippe De Coene : “Claus had een tijd in Kortrijk gewoond en zijn Verdriet van België speelt zich ook in Kortrijk af. Ik heb dat boek wel nooit gezien, laat staan gelezen, ik heb andere dingen aan mijn kop, het is allemaal van horen zeggen. Als oppositielid had ik niet veel te doen, dus kwam ik ineens op dat idee via een bevriende journalist van mijn lijfgazet de Morgen. Het was op één april 1998 dat ik het voorstel in de gemeenteraad slingerde. Ik voegde eraan toe dat ik eveneens een Hugo Claus museum wou inrichten in Huize Messeyne. Eén april, algemene hilariteit in de raad, waar de meesten nog nooit van Claus hadden gehoord. Niemand nam mij au serieux, behalve Frans Lavaert, toen privé secretaris van Pier-re Lano zaliger en altijd bij de pinken als het over literatuur en aanverwanten gaat. Frans, die 79 jaar is, meent zijn leven en werk heel ernstig op, noemt zichzelf senior-writer van Kortrijkwatcher en hij wordt door spotvogels wel eens ‘de man zonder eigenschappen’ genoemd, omdat hij te pas en te onpas staat te pronken met zijn vermeende kennis van het meesterwerk van Robert Musil ‘Der Mann ohne Eigenschaften’. Frans zag de kans schoon om mij een loer te draaien.”

Frans Lavaert (zijn vijfde jonge bokma hijsend) : “Kijk, hik, als secretaris van Pier-re Lano zaliger, voor wie ik een grenzeloze bewondering koesterde en ook voor zijn secretaresse Moena, had ik toegang tot een uitgebreid netwerk van journalisten in heel Europa. Zo was ik via Pier-re dik bevriend geraakt met een journalistje van de Hollandse Volkskrant. Ik was al een vijftal keren, samen met mijn vriendinne, bij die kerel In Utrecht op bezoek geweest en bij ettelijke glazen karnemelk hadden we intieme vriendschapsbanden gesmeed. Nu moet het lukken hik, die kerel van de Volkskrant was in het bezit van het telefoonnummer van Claus, die toen met zijn scharrel Veerle in Zuid-Vrankrijk woonde. Zo geraakte ik aan dat nummer, al beken ik dat niet graag. Eind maart 1998 raapte ik al mijn courage bijeen en draaide op een avond met trillende vingers het nummer van Claus. In een manoir, ergens in Zuid-Vrankrijk, ging de telefoon over. Veerle aan de lijn. ‘Met Lavaert, Frans Lavaert uit Kortrijk België’, stamelde ik, terwijl het al dun langs mijn benen begon te lopen. ‘Met wie, met Lafaard ? Nooit van gehoord. ’ t Is hier wel bij Claus hé onnozelaar, de grote Hugo Claus, sinds tien jaar kandidaat nobelprijswinnaar. Hoe geraakte je aan ons nummer, schavuit? We zitten al bijna in bed en willen niet gestoord worden. Ik ga toesmijten en u aanklagen voor belaging en huisvredebreuk.’ Ik kon nog net stamelen, ‘sorry, madame Claus, een klein minuutje, ’t is met de complimenten van volksvertegenwoordiger Pier-re Lano uit Stasegem bij Kortrijk dat ik opbel, ge weet wel, de sponsor van Hugo’s film de Leeuw van Vlaanderen.’ Veerle herpakte zich en riep de meester himself aan de lijn. Toen kwam Hugo aan de draad. ‘Godverdomme wie zijt gij, clown ? Maak het kort’, snauwde meester Hugo. ‘k Sta hier nondedju in mijn onderbroek en Veerle in haar jarretellen, op de rand van het bed, wat hebt ge te vertellen?’ Ik schraapte mijn keel, haalde diep adem en zei: ‘Meneer Claus, ik ga niet rond de hete brij draaien. In Kortrijk wil gemeenteraadslid De Coene, nota bene een welgestelde sos, u tot ereburger van de stad maken en een museum voor u oprichten. Ik wil u bij deze vragen wat uw mening in deze zaak is.’ Mijn woorden waren nog niet koud of meester Claus schoot in een Kortrijkse kolère. Een half uur lang stond hij aan de draad te schelden, te brullen en te tieren dat horen en zien verging. Ik stond te daveren op mijn benen, wou inhaken, maar Hugo beval mij aan de lijn te blijven en zijn tirade te aanhoren, zoniet zou hij mij en Pier-re voor de juge slepen. Hij had het over dat onbenullige stadje Kortrijk, over onbenullige Kortrijkzanen, over onbenullige en corrupte politiekers, zakkenvullers, hoerenjagers, imbecielen, kruideniers, Vlaamse blokkers, witte boordcriminelen, extreemrechtse zakken, barbaren, enzovoort, tegen wiens billen hij dolgraag eens wou zeiken, en vroeg zich af wie die De Coene dan wel was, een volslagen idioot of nog erger ? De meester besloot zijn scheldpartij met te zeggen dat hij natuurlijk wèl ereburger van zo’n gat als Kortrijk zou willen worden, mits een royale vergoeding. Bijvoorbeeld vijfhonderdduizend frank per jaar, levenslang of in één keer vijf miljoen. ‘Voor niets gaat de zon op, ik ben ik godverdomme geen liefdadigheidsinstelling of de openbare onderstand hé, knoop dat goed in uw oren, Lafaert, en deel het mee aan dien debiel De Coene. En nu ga ik Veerle beminnen. Salut.’ Ik stond als van de hand gods geslagen, heb nooit nog een woord over Claus gehoord. Een belevenis om nooit te vergeten. Ik ben er preus op dat Claus dankzij mijn ingrijpen nooit in de val van het gratis ereburgerschap getrapt is. Hik”

Schepen Philippe De Coene geeft een andere versie van het gebeuren : “Lavaert is er de schuld van dat Claus afgehaakt heeft. Lavaert is een slechte Kortrijkzaan, een azijnpisser, een chagrijnige betweter die rijp is voor een instelling. Nog een weetje, Lavaert is ooit twee keer op de lijst van de liberalen gaan staan in 1994 en in 2000. Dat was op bevel van zijn politieke werkgever, bijklussend bij Pier-re Lano. In 1994 haalde hij nog 231 stemmen en in 2000 maakte hij zich belachelijk met een schamele 149 stemmen, het allerlaagste cijfer van alle Kortrijkse kieslijsten. Van populariteit gesproken ! Nooit is Lavaert later nog ergens op een kieslijst verschenen, zelfs niet bij de communisten van de p van de a, zijn huidige partij. Vandaar zijn ziekelijke frustratie en zijn doelloos en leugenachtig schieten op alles en iedereen wat politiek is in Kortrijk. Ik had er nooit durven aan denken dat deze politieke lorejas mijn origineel Claus-voorstel achter mijn rug bij de auteur belachelijk zou gaan maken. Alleen een onverbeterlijke psychopaat schept genot in zo’n laffe daad. Claus zou met het ereburgerschap en het Claus Huis zeker ingestemd hebben, hij zou zeer vereerd geweest zijn, dat heeft Veerle me enkele jaren later tijdens een privé-ontmoeting in de foyer van de Gentse Vooruit in mijn twee oren gefluisterd. Jammer. Allemaal de schuld van die Lavaert, een klootzak buiten categorie.”

De Coene heeft later nog een brief geschreven naar Claus. Bij die brief zat een fles cuvé de Courtrai van 50 frank. De Coene : “Zo is dat en een antwoord heb ik nooit gekregen. Het was de geste die telde. Claus zal wel deugd gehad hebben van de wijn, hij was een connaisseur en een drinkebroer. Ik vond dat niet belachelijk, platvloers, kleinburgerlijk of onnozel. Het typeert ook de generositeit van Claus dat hij de fles niet heeft teruggestuurd, hij waardeerde mijn geste.”

In de Volkskrant kwam Claus een maand later terug op zijn wedervaren met het Kortrijks ereburgerschap : “Ik heb een natuurlijke afkeer tegen die dingen en titels en tutti quanti wanneer daar geen serieuze financiële compensatie tegenover staat. Kortrijk is een pretentieus provinciestadje met allemaal onbenullige lieden, wat zich uit in vrekkigheid en dat meelijwekkend telefoontje van die Lavaert, die ik van haar nog pluimen ken. Wat bezielde de onnozelaar om mij en Veerle op een avond te storen in ons landhuis in Zuid-Vrankrijk ? Wou hij zich interessant maken ? Kijk, Ik neem alleen titels, eredoctoraten, eretekens en ereburgemeesterschappen aan als daar een smak geld tegenover staat natuurlijk. Ik ben niet zot hé. Ik heb er geen zin in. Ik ben geen schooljongetje hé. Het is al lastig genoeg om beroemd te zijn. Mijn tarief voor het ereburgemeesterschap ligt op 5 miljoen frank. Het moet niet allemaal via mijn bankrekening verlopen. Als dat al te veel gevraagd is, ze kunnen dan allemaal mijn kloten kussen,.en doe de groeten aan de burgemeester, De Clerck of zoiets ?”

In 2003 wilde het Kortrijkse stadsbestuur  een nieuwe poging doen om Claus ereburger van de stad te maken. Toenmalige burgemeester Stefaan De Clerck wou mordicus de stunt van De Coene herhalen.

Stefaan De Clerck : “We hebben heel voorzichtig bij zijn entourage en bij Veerle gepolst. We wisten dat het gevoelig lag en dat hij het uiteindelijk wel wou doen voor een zak euroots. Niemand werkt graag gratis. Ik stelde 100.000 euroots voor aan de gemeenteraad. De Coene en zijn sossen waren heel enthousiast en wilden zelfs meer neerdokken. Ik verloor nipt de stemming. Jammer, anders hadden we nu een Huize Claus in plaats van het zwartkot Vlaams Huis. In ons wapenschild zou Claus gestaan hebben. Claus is de allergrootste Kortrijkzaan aller tijden, alhoewel dat nu overschaduwd wordt door aan een straatzanger, een outcast als die Johny Turbo, de naam van een pleintje te geven, gelukkig op Overleie, alles behalve Kortrijk. Is dat het onbenullig voortschrijden van de Kortrijkse geschiedenis ? Voor wanneer een Hugo Claus boulevard ?”

Ook Claus-kenner Georges Wildemeersch bevestigt de grensoverschrijdende geldzucht van de meester: “Inderdaad, Claus was een poenpakker, een geldwolf van het zuiverste water. Hij aanvaardde alleen maar titels en zo als daar veel geld aan vasthing. Zeer veel geld. Altijd maar geld. Minstens het bruto jaarloon van een geschoolde arbeider. Claus leefde van zijn pen, zei hij, en met die pen kocht hij landhuizen en minnaressen tot in de verste uithoeken van de planeet.”

In de Krant van West-Vlaanderen wordt door Axel Vandenheede gesuggereerd dat Lavaert de schuld draagt voor het mislukken van een mogelijke deal met Claus. Off the record beweert Lavaert dat Vandenheede leugens vertelt.

Axel Vandenheede : “Ach ja, Lavaert altijd met zijn zogenaamde virtuele perspectieven en zijn metafysische beschouwingen, maar ik weet het zeker, het zijn metafysische leugens. Ik weet zeker dat Lavaert liegt als een advocaat als hij zegt dat hij het voorstel van De Coene bij Claus niet belachelijk heeft gemaakt. Ik heb ervaring met zijn leugens. Lavaert is tegen de reguliere Kortrijkse politiek, hij schrijft vanalles, maar niets is waar en zijn cijfers zijn vervalst. Fake nieuws ! Vroeger was hij een donkerblauwe liberaal, uit opportunisme, want hij moest uit de hand van Pier-re Lano eten als aanvulling op zijn modest schoolmeesterspensioentje. Dat is geen schande, maar het verklaart zijn frustratie en chagrijn tegenover de Kortrijkse politiek, zowel meerderheid als oppositie. Naar verluidt zit hij nu bij de PVDA. Voor een plaats op de kieslijst is hij te oud zeggen ze daar, men kent zijn populariteit en zijn stemmenaantal van destijds. Ik wil geen contact meer met zo’n onbetrouwbaar sujet.”

De eerste zonnestralen van het ochtendgloren doorpriemden de gelagzaal van de Wolken toen de Claus-gesprekken ten einde liepen. Steffie en Vetje wuifden ons met gulle lach uit. Dat was heel sympathiek !

Dit bericht is geplaatst in Geen Verzinsels. Bookmark de permalink.