Catherine

INGEZONDEN STUK

HOERA DE AUTOFINANCIERINGSMARGE IS POSITIEF !

Voor enkele jaren werd voor het beheer van de stadsfinanciën het BBC-systeem (Beleids- en Beheerscyclus) ingevoerd. De voordelen van dit nieuwe systeem zijn:

  • De leningen die opgenomen worden, zijn niet meer verbonden aan projecten. Er wordt geleend in functie van liquiditeitsbehoeften, zodat er geen overbodige reserves moeten worden aangehouden.
  • De soepelheid binnen het budget wordt groter. Binnen een bepaald beleidsdomein (voor Kortrijk: financiering, ruimte, mens, bedrijfsvoering) zijn verschuivingen mogelijk. Kleine meevallers en tegenvallers kunnen op die wijze elkaar makkelijk compenseren.

Om een schuldenspiraal te vermijden is bij de invoering van het BBC-systeem slechts één evenwichtsvoorwaarde opgelegd. Met name moet het exploitatieoverschot (vóór intrestkost) voldoende zijn om in het laatste jaar van de planningsperiode de kapitaalkost (aflossing + intrestkost) te dekken. De ‘autofinancieringsmarge’ is dan positief. Dit is de opgelegde regel voor de stadsfinanciën. Voor het OCMW moet de som van de autofinancieringsmarges voor alle jaren van de legislatuur positief zijn. Het is echter onduidelijk – uit de reglementering kan het niet op eenduidige wijze worden opgemaakt – of de positieve resultaten van de eerste jaren meegenomen mogen worden in de berekening van de som van de autofinancieringsmarges. De planningshorizon voor het meerjarenplan schuift immers jaarlijks op – één meerjarenplan moet minstens drie komende jaren bestrijken. Op het einde van de legislatuur wordt de totale periode langer dan zes jaar.

Voordat er sprake was van het BBC-systeem waren economisch doorzicht en gezond verstand nog belangrijk voor de beoordeling van de financiën. In die tijd werd nog een verband gelegd tussen het budget en de rekeningen, werd er ook nog rekening gehouden met afschrijvingstermijnen én met de looptijd van leningen. Thans is dat ene opgelegde criterium van de positieve autofinanciering in het laatste jaar van het meerjarenplan het enige overblijvende vereiste. Het jaarlijkse kasresultaat moet ook positief zijn maar dit kan aangepast worden door de leningen. Leningen beïnvloeden dan wél de autofinancieringsmarge in de volgende jaren (zie ook verder hieronder).

De aard van de positieve autofinancieringsmarge als enig criterium is waaraan de stadsfinanciën moeten beantwoorden, laat echter toe dat er gemakkelijk kan worden gemanoeuvreerd om aan het criterium te beantwoorden. Een positieve autofinancieringsmarge is geen allesomvattende indicator voor de al dan niet gezondheid van de financiën.

De economisch meest verantwoorde benadering om op het einde van de planningsperiode een positieve autofinancieringsmarge te bekomen is… zuinig beheer. Zuinig beheer is niet besteed aan de Kortrijkse Stadscoalitie.

Verder zou er een “bullet-lening” kunnen opgenomen worden. De aflossing van een bullet-lening geschiedt ineens op een dag buiten de planningsperiode. Gelukkig doet de Stadscoalitie dit (voorlopig) niet.

Voorts zou er met “bestemde gelden” kunnen gewerkt worden. Als er bijvoorbeeld om de tien jaar Leiefeesten zouden zijn die 1 miljoen euro kosten, zou er gedurende tien jaar jaarlijks 100.000 euro opzij kunnen gezet worden uit het cultuurbudget. Het doel van bestemde gelden moet niet worden meegedeeld aan de controlerende overheid. De gecumuleerde “bestemde gelden” zouden dan in het laatste jaar weer ingebracht kunnen worden en meegeteld in de exploitatie, zodat in het laatste jaar van de legislatuur – zoals opgelegd door de overheid – de autofinancieringsmarge als bij wonder positief wordt. Het gecumuleerde bedrag kan gewoon ook worden aangewend voor schuldaflossing in dat laatste jaar.

De meerwaarde op de verkoop van een onroerend goed kan volgens de door de stad toegepaste waarderingsregels in exploitatie gebracht worden. Als de autofinancieringsmarge negatief zou uitvallen in het relevante (eind)jaar, is het dan ook uiteraard interessant in dat jaar een onroerend goed te verkopen met een meerwaarde. In een recente Gemeenteraad heeft de Voorzitter van het OCMW aangekondigd dat de panden aan de OLVrouwstraat ten gelde zouden kunnen worden gemaakt. Er kan op een blaadje worden geschreven dat dit zal gebeuren in het laatste jaar van het meerjarenplan om dan een positieve autofinancieringsmarge te bereiken. Een meerwaarde op een onroerend goed is normaal bestemd om de schuld te doen verminderen en niet om zonder meer in exploitatie te brengen.

Investeringen worden vaak gefinancierd met leningen op 30 jaar. Vroeger was dit regelmatig het geval, omdat de lening aan een project gebonden was: projecten die een lange afschrijvingsperiode hebben, mogen best gefinancierd worden met leningen op lange termijn. Nu wordt er geleend volgens de liquiditeitsbehoefte. Volgens de gezonde boekhoudkundige principes mag de looptijd echter niet langer zijn dan de gemiddelde afschrijvingstermijn. Toch wordt er bij het OCMW geleend op 30 jaar. Hoe langer de looptijd van de leningen, hoe kleiner de jaarlijkse aflossing. De Stadscoalitie weet dit goed. Kleine aflossingen zijn uiteraard gunstig voor het bereiken van de positieve autofinancieringsmarge. Het gevolg is echter ook dat de schulden veel trager worden afbetaald. De schulden worden naar de toekomst doorgeschoven, terwijl de investeringen waarvoor de leningen zijn aangegaan al lang zijn afgeschreven en alweer is geleend voor vervangingsinvesteringen. De Stadscoalitie kan niet weerstaan aan de neiging om leningen aan te gaan die een termijn hebben die de gemiddelde afschrijvingstermijn overschrijden.

Investeringstoelages aan satellieten (AGB’s, VZW’s…) komen niet op de balans van de stad. Bij de satellieten worden de investeringstoelages in de boekhouding opgenomen als een reserve die verdwijnt naarmate er afgeschreven wordt. Afschrijvingen hebben dus geen invloed op de resultatenrekening van de satellieten. Er worden bij de satellieten ook geen reserves opgebouwd. Als er zware onderhoudsinvesteringen noodzakelijk worden, zal de stad nieuwe middelen moeten voorzien. Een ‘schuld’ voor wie na ons komt.

Het exploitatieresultaat van de stad wordt gunstig beïnvloed door activiteiten te schuiven naar satellieten, waar schulden en verbintenissen zich kunnen opstapelen. De Stad is mede gehouden voor de schulden van de satellieten maar hoeft ze zelf niet in haar eigen boekhouding in te schrijven. De satellieten kunnen rustig leningen aangaan op zeer lange termijn. PARKO is thans bezig met schulden op te bouwen en verbintenissen aan te gaan – zie de recente ook door de CD&V grondig bekritiseerde huur van de parking van de “K” –. Over 2014 naar 2019 toe, stijgt de schuld van de satellieten (PARKO, SOK, Politie en Kerkfabrieken) van 16,8 miljoen euro naar 60,9 miljoen euro en die van het OCMW van 22.3 miljoen euro naar 39,1 miljoen euro (zie meerjarenplan eind 2016). Over 2014 naar 2019 toe daalt de schuldenlast van de Stad van 158,2 miljoen euro naar 122,3 miljoen euro, ofwel met 35,8 miljoen euro; het gecumuleerd budgettair resultaat daalt echter van 45,8 miljoen euro naar 3,4 miljoen euro, ofwel met 36,4 miljoen euro. De kasreserve waarmee de Stadscoalitie is vertrokken in 2012 is op. Volgens de normale commerciële regels zou er een consolidatie moeten uitgevoerd worden van alle rekeningen: Stad, OCMW, PARKO, SOK… De Stad is immers voor alle schulden gehouden. Dergelijke consolidatie voert de Stadscoalitie niet uit. Er zou immers teveel negatiefs bekend worden; de Stadscoalitie kent niets negatiefs, alleen maar goed-nieuws shows.

Bij investeringsprojecten zijn er soms vertragingen, meestal niet door fouten van de stad. De voorziene budgetten komen vrij en het is erg moeilijk om aan de verleiding te weerstaan die middelen niet te gebruiken voor nieuwe projecten of voor andere projecten die over budget gaan. Hoe dan in de toekomst de budgetten worden gevonden om de vertraagde projecten af te werken, is voor de Stadscoalitie een zorg voor morgen. Een voorzichtig beheer vergt het opzij zetten van de gelden of het vrijwaren van kredietmogelijkheden in het vooruitzicht van de afwerking van de vertraagde projecten.

De Stadscoalitie zoekt en vindt nog altijd nieuwe middelen om de balans op te krikken. Op een koosjere en meestal op een boekhoudkundig minder koosjere manier. Onlangs kwam er een vordering van bijna een miljoen op Waterwegen & Zeekanalen (W & Z) uit de toverhoed die al meteen van de Stadscoalitie een nieuwe bestemming heeft gekregen als investeringstoelage aan dezelfde W & Z voor de nieuwe Reepbrug.

Er kunnen nog gebouwen en gronden worden verkocht. Het is verantwoord gebouwen die niet meer noodzakelijk zijn voor de stadsdiensten af te stoten, op voorwaarde dat daardoor de schuldenlast daalt.

Wat de Stadscoalitie nu doet, leidt tot een structurele verarming van de gemeenschap samen met een verhoging van de schulden. Een stad met schulden en zonder actief zal zeker geen nieuwe belastingbetalers aantrekken.

Catherine Waelkens, ex-N-VA, onafhankelijk Gemeenteraadslid

P.S. We vernemen dat Catherine, in tegenstelling tot haar man Pieter Vanherpe, niet meedoet aan de CD&V scheurlijst ‘Turbo’.

 

Dit bericht is geplaatst in Ingezonden Stukken. Bookmark de permalink.