Quickie Burger

De geheime zomerliefdes van burgemeester Vincent Van Quickenborne, alias Quickie.

Aan de VIP-bar van Alcatraz liep Jarretelle burgemeester Quickie tegen het lijf. Een grensverleggende babbel oog in oog met een bottel gekoelde Dom Pérignon.
Op kosten van de stad. Schol !

Jarretelle : By the way, hoeveel gratis Alcatraz VIP-kaarten heeft het stadsbestuur uitgedeeld en aan wie ?

Quickie : Toch wel een hele pak hoor, driehonderd denk ik. Mijn secretaresse Angélique kent het getal. Zij heeft ze uitgedeeld op mijn verzoek. De kaarten werden door de organisator geschonken als wederdienst voor mijn souplesse en gedoogbeleid, oogjes dichtknijpen in het doolhof van regeltjes en voor het gratis aanbieden van het terrein. Ik ben eerlijk, ga daar geen doekskes om winden, voor wat hoort wat. Vroeger heette dat ‘legale omkoping’. Sinds de Mayeur-farce noemt het ‘compensatie voor belangloze hulp’. Dan heeft Angélique een lijst opgesteld, beginnend met Kortrijkse politiekers en hun partners die ons welgezind zijn en de gemeenteraadsleden behalve de Vlaams Belangers. Verder alle kabinetards en hun intieme vrienden. Catherine Waelkens heeft haar kaarten teruggestuurd, wegens morele bezwaren. Steven Lecluyse weigerde om basisdemocratische redenen, hij kocht een janmodaal ticket. Daarnaast de vrienden en de vrienden van de vrienden van het stadsbestuur, ttz zij die het goed menen en over mij geen lelijk woord vertellen. De selectie van Angélique was streng maar rechtvaardig. Ik ga geen namen noemen, wel dat de echtgenote van schepen Maddens ook bij de uitverkorenen was, maar na een half uur haar man in de vip-area kwijtgespeeld was, tot groot jolijt van de schepen himself. Volgend jaar zal ze moeten betalen, grijnslachte Wout. In elk geval, zij die zelf hun VIP kaart betaalden kunnen op de vingers van één hand geteld worden, de dwazen.

Jarretelle : Is uw papa al weer helemaal ok ?

Quickie : Over mijn papa wil ik alleen kwijt dat hij niet meer kwijt is, maar levend en wel terug van aan ’t Oud Sashuis in Astene bij Deinze, waar hij op een bankske in de zon zijn boterhammen zat op te eten. Lasteraars beweren dat ik er een electoraal slaatje uit geslagen heb door twee dagen lang in alle media in het lang en het breed met betraande ogen het verhaal te doen. Wouldbe filosoof Johan Sanctorum heeft het in zijn blog ongegeneerd over de ‘liberale zomerkermis, met attracties als de demente papa van Van Quickenborne’. Ge moet maar durven, de vunzigaard. Wacht maar tot ik eerste minister ben en baas over de geheime dienst.

Jarretelle : Hoe zit het met uw zomervakantie ? Zomerliefdes ?

Quickie : Ach weet u, ik ga bijna dood van heimwee naar mijn jongelingenjaren toen ik als ADHD-er nog onbezorgd de wereld rond kon trekken, hippie après la lettre, autostop met de rugzak vol cannabis, valse papieren, namaak dollars en cocaïne. Alle drugs heb ik uitgetest, allemaal, en ik moet zeggen, het beviel me en toen ik als senator in de plenaire een jointje op stak begreep ik de banbliksems van mijn collegaatjes niet. Inmiddels gebeurt het dat ik er nog eentje opsteek, zoals bij mijn thuiskomst na een stresserende gemeenteraad wanneer Hannelore Vanhoenacker me weer het bloed van onder de nagels heeft gepest of bij een tirade van schepen De Coene, die maar niet kan stoppen over de Cyriel Verschaevestraat in Marke. Een dode pastoorstraat, so what ? Mijn vrouwtje weet daar niks van, ze ligt te dromen van vergane liefdes. Wie niet weet niet deert. Deze bekentenis is off the record. Mijn jongelingenjaren dus, toen ik heel de planeet afreisde op cowboyboots en samen met Dedecker crapuleuze toeren uithaalde. En geen meid met rust kon laten. Op mijn zeventiende werd ik ontmaagd in Sharm el Sheikh. Door een geradicaliseerde en gekopvodde deerne van nauwelijks zestien. Veel leerde ik niet bij, seks is voor mij een saai bijproduct van de man-vrouw relatie, een gedoe voor niets, behalve de voorplanting. Mijn a-seksueel gedrag deed vileine roddels ontstaan, ik was homo of eunuch of zo. Nu zou dat transgender heten. Dat was eerst wel het geval dacht ik, wist ik veel op die leeftijd. Een grappige anekdote uit die tijd : Ik was al senator toen ik door een debiel TV programma uitgedaagd werd. Voor de TV camera’s werd ik bereden, met een natte dweil in de mond, door de seksueel geobsedeerde Tanja Dexters. Nymfomane Ceska Vanthielen stond idioot in het rond te springen en in haar broek te pissen van opwinding. Ze vond mij een supertoffe knul en begon het met mij aan te leggen. De romance heeft zes maanden aangesleept. In de koffiekamer van de senaat lachten mijn collegaatjes me vierkant uit telkens ik met haar kwam pronken tijdens de pauze van de plenaire. Ik heb er een punt achter gezet en koppelaarster Tanja Dexters voor het hof van de rechten van de mens gedaagd. Er blijven nog maar drie landen over die ik nog niet gezien heb, Holland, Beieren en de Aleoeten. De Aleoeten had ik deze zomer met een plooicaravanne willen doen, maar Anouk wilde niet mee. Kamperen verafschuwt ze en nog minder wil ze in een plooicaravanne. Ik krijg ik ze er niet in, al sla ik haar bont en blauw. ‘Trek je plan en zoek een vriendin, een maîtresse, een homoseksueel of een transgender om met uw plooicaravanne naar de Aleoeten te trekken. Ik ga met onze Beau de Courtrai en mijn moeder naar een cabane in Houffalize. En laat me nu gerust’, siste ze, toen ik voor de zomer na een uitgelopen gemeenteraad tegen de ochtend thuis arriveerde. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, we hebben na uren palaveren een compromis bereikt. Ik trek niet met de plooicaravanne naar de Aleoeten. We trekken samen twee weken naar Cadzand met Beau en mijn schoonmoeder. In een nette bungalow, normandische stijl, vlak naast Sergio’s Air Republic. Bij Sergio krijgen we gratis spijs en drank. De dagelijkse champagne wordt door mijn schoonmama gesponsord, alsook de huur voor de Normandische bungalow. Het gaat weer niets kosten. We zitten echt op ons geld, zoals ze zeggen, daarvoor zijn we berucht. Ik trek me de praatjes van de tooghangers niet aan. Zoals op ons trouwfeest, heeft ook niks gekost, van a tot z gesponsord door Bertje van Kinepolis. Veel euroots gespaard voor onze boerderette aan de oevers van de Leie. Tenslotte ben ik Sergio van dienst geweest toen hij tijdens Mijn Pop-Up Container-Restaurant in Kortrijk verbleef en Stad Kortrijk twee maanden lang een suite met full board in Damier voor hem betaalde. Voor wat hoort wat, en ik ga het geen drie keer meer zeggen.

Jarretelle : Over naar de politiek. Vijf jaar geleden knikkerde u Stefaan De Clerck uit het stadhuis. Voelt ge nog steeds leedvermaak ?

Quickie : Luister vriend, het is allemaal volgens het boekje gegaan hé. Een meerderheid is een meerderheid en daarmee basta, al is die tijdens nachtelijk gekonkel met haken en ogen aan mekaar gesmeed. Maar ik beken, het was een zoete weerwraak voor tweehonderdvijftig jaar tsjevendictatuur in Kortrijk. En De Clerck is ook geen heilige nietwaar, remember de vieroktober omkoopzaak van 2005. Samenzwering met zijn society vriendje Philippe Vlerick. Dankzij zijn relaties bij de scheve rechtenmannen van justitie is hij nooit achter de tralies gevlogen, de schurk. Ik vind dat nog altijd het grootste schandaal uit de Kortrijkse politieke geschiedenis. Ja, ook in onze stad werd destijds de doofpot boven gehaald, nu niet meer. Ik weet dat De Clerck ziekelijk rancuneus is, tot alles in staat om mij in 2018 dezelfde smeerlapperij aan te smeren. Daarom hou ik alle politieke bewegingen in onze stad goed in de gaten en schepen De Coene lijkt mij de gevaarlijkste verrader in spe. De Coene zou wel eens naar De Clerck kunnen lopen en het burgemeesterschap afdwingen in ruil voor machtsdeling met de kaloten en zo nodig de groenen. Ook Bart Caron zal niet nee zeggen tegen een monsterdeal als hij maar schepen kan worden. Ook de N-VA is niet te betrouwen en wie weet waar schepen Scherpereel naartoe loopt na de verkiezingen. Met Scherpereel zijn ze nog niet thuis bij de Vlaamse Nazionalisten. Ik hoor dat Rudolf niet meedoet als transman Axel Ronse zijn gedacht krijgt en de N-VA lijst trekt. En wat gaat de Kelly, ziek van ambitie, doen en de zwakke Vandersteene die de N-VA liever kwijt dan rijk is ? De intriges zijn volop aan de gang, iedereen besnuffelt en beloert iedereen en velen willen mij een dolk in de rug steken. Dan is er nog het narrenschip Kortrijk-Vooruit met de politieke clowns Verstichel & De Bruyne, de Statler & Waldorf van de Kortrijkse politiek. Dat wordt lachen ! Ik ben aangedaan door zoveel goedlachse naïviteit, ik sympathiseer met het komisch duo en stort graag een bijdrage in hun verkiezingskas. Meer leute in de Kortrijkse politiek is een van mijn motto’s. Het wordt spannend uitkijken naar hun lijst en naar hun stemmenaantal. Kortrijkwatcher Lavaert zou al benaderd zijn als hoogbejaarden vertegenwoordiger en lijstduwer en Mike Tattoo als lollige kickbokser. Alhoewel, de populairste Kortrijkzaan Tattoo wordt verkozen met de vingers in de neusgaten, maar zal nooit een voet in het stadhuis zetten, tenzij om heel de gemeenteraad voor nieweirds uit te kafferen en de persjongens op hun muile te kloppen. Ambiance ! Zijn er grenzen aan de hilariteit ?

Jarretelle : Burgemeester, welke zijn uw politieke toekomstplannen ? Licht eens een tipje van de sluier.

Quickie : Na mijn ministerschap koos ik voluit voor het burgemeesterschap en dat is een roeping, een missie. Als Kortrijkse messias doe ik nu veel passioneler aan politiek, maar ik ben geen cadeau voor mijn kabinetards. Ik leg er de zweep op en kan vreselijk uit mijn krammen schieten, al van in de vroege ochtend tot laat in de nacht. Komt het door de jointjes die ik stiekem smoor ? Sommigen noemen mij een slavendrijver. Vraag het aan Sander Maenhoudt en Maarten Vander Stichele. Regelrechte slaven zegt men, toch jeunen ze zich als zot. Bevallige Angélique is mijn grootste steunpilaar, ik zit een beetje onder haar sloef, ze kan ijzig uit de hoek komen als ze haar koffie met Elixir d’ Anvers niet krijgt. Kortrijk is weer hip geworden en men vraagt mij voortdurend wat ik in 2018 ga doen. Volgend voorjaar maak ik bekend of ik voor een tweede periode als burgemeester ga. Anouk wil het alvast, mits ik ook meedoe voor minister in 2019. Als vooruitziende politieker heb ik meer dan één ijzer in het vuur. Ik wil er de spanning in houden, want ook nationaal ben ik nog niet uitgespeeld. Het wordt spannender dan ooit tevoren. Als je droomt, droom groot, zeg ik altijd tegen Anouk. Het eersteministerschap bijvoorbeeld, dat is mijn grootste betrachting. Ik heb nog even de tijd. In afwachting wil ik kandideren voor het VLD partijvoorzitterschap na Gwendoliene, in 2020 als ik mij niet vergis. Het heeft ook met inkomenszekerheid te maken. Als burgemeester van Kortrijk en full time parlementair toucheer ik zo’n 10.000 euroots netto per maand. Amper genoeg om iets te sparen voor onze boerderette. Het is begrensd, jammer, ik heb meer financiële ambitie. Het voorzitterschap brengt een ministerwedde op, niet financieel begrensd met het burgemeesterschap. Op die manier zou ik aan zo’n 16.000 per maand geraken. Ik ben eerlijk in die dingen, we sparen voor onze design boerderette aan de Leie. Op een lap exclusieve bouwgrond van 500.000 dukaten. Ik wil nog een tweede kindje kopen, kostelijk, al brengt een pamperrekening aardig wat duiten in het zakske. Kortrijkzanen zijn mild in die zaken. Voor Beau werd flink gestort, we kunnen al de architect betalen. Het mag dus vooruitgaan met de voortplanting, straks ben ik een late zestiger en hangen mijn kindjes nog in de pampers, dat zou pas belachelijk zijn. Bovendien, mijn vrouwtje Anouk zit in de sexlingerie business, veel glamour en glitter, van ’s morgens tot ’s avonds G-strings, push up bustiers, jarretels en blote billen, godganse dagen halfbloot defileren voor de geile blikken van lingeriecouturiers op hun retour. Pffft…veel gedoe om niks, veel dollars brengt het niet in onze schuif. Mijn vrouwtje is proper op haarzelf en in het bezit van een master in schoonheidskunde en een bachelor in lichaamshygiëne, helaas, ze leggen er de straten mee ! Met twee kindjes gaan we driekeer zoveel kindjesgeld trekken en kan Anouk mama aan de haard spelen. Het zal van mijn inkomen afhangen of we onze train de vie hoog genoeg kunnen houden. Gelukkig zijn er in het politieke bedrijf ontelbare faveurkes en bijpostjes te rapen. En verder overal gratis naartoe, eten en drinken, vip-kaarten en zoveel meer. Ge ziet vriend, ik ben goudeerlijk in die dingen.

Jarretelle : Drie jaar geleden leerde u uw vrouwtje Anouk kennen. Hoe ging dat in zijn werk ?

Quickie : Ik was minister en begon aardig sukses bij de vrouwen te krijgen. Anouk was de eerste en mijn schoonmoeder de tweede die het met mij zagen zitten. Ge ziet dat van hier, een echte minister aan de haak ! Mijn toekomst was met rozen bezaaid. In ’t begin vonden mijn vrouwtje en mijn schoonmama het burgemeesterschap te min, te weinig sociaal aanzien, te veel werk, te karig betaald, maar gecombineerd met een parlementair gage was het financieel draaglijk oordeelden ze. Na de exploten met Tanja en Ceska had ik eindelijk serieus beet. ‘Hij is van de straat en van de sletten af’, gniffelden mijn schoonmama en Anouk. ‘Alleen jammer van die flaporen, die slunsekleren, dat idioot brilletje, zijn stinkende asem en het gebrek aan stijl. Wat een lelijkaard, een polderboer zonder manieren’, grijnsden ze, Anouk en mijn schoonmama. Het is allemaal voorbij, ik werd met open armen ontvangen. Ik ben nu iemand, de baas van een beetje zichzelf overschattende provinciestad, met uitzicht op het premierschap en wie weet ooit EU commissaris. Laat de euroots maar binnenstromen als Leiewater. Ben ik een materialist, een poenpakker, een geldwolf ? Ik ben daar niet meer beschaamd over.

Jarretelle : U wou destijds het koningshuis en de adel buitengooien. Intussen zit u in de Orde van de Kouseband.

Quickie : Ach, toen was ik nog jong en groen tussen mijn flaporen en ik zat hele dagen onder de cocaïne. Of was het heroïne ? Ik was verdoofd en besefte niet wat ik rondvertelde. Als je een keer minister bent met ambitie kan je niet meer tegen de koning en tutti quanti zijn, anders is het gedaan met de carrière. Ik ben niet zot hé, en ik vind koning Filip een toffe onbenul en Mathilde zou ik met plezier binnen kunnen doen. Waw, wat een wijf ! Jawel, ik ben op en top koningsgezind en ze hangen in ons stadhuis. Een adellijke titel die overgaat op mijn kinderen tot in de zevende generatie zie ik wel zitten. Ik ga voor niet minder dan vicomte. En later een standbeeld op het Nelson Mandelaplein. Ik ril al van emotie bij de gedachte. Ik geloof in die onaardse dingen, een kwestie van stijl en opvoeding.

Jarretelle : Bent u een gewetenloze opportunist zoals Dedecker beweert ?

Quickie : Ja, ze zeggen dat. Al te zien hoe men de zaken bekijkt natuurlijk. In veel gevallen jaloezie van loosers. Eén ding is zeker, ik ga recht en kordaat op mijn doel af, ik weet waar de macht ligt, hoe er aan te geraken en hoe die levenslang te behouden. Er draaien een meute vleiers om mij heen, maar ik weet hoe ze als schadelijke insecten tot moes te knijpen. Een bewindsman moet zich een heerser tonen en naar niemand luisteren, hij moet uitvoeren wat hij besloten heeft en wilskrachtig aan zijn besluiten vasthouden. Hij moet vooral de schijn wekken van betrouwbaarheid, oprechtheid, barmhartigheid, onbaatzuchtigheid, gedienstigheid en volkse deugdzaamheid. Niets is méér noodzakelijk dan de schijn te wekken en in werkelijkheid sluw en doortrapt te zijn, de indruk te geven dat zijn daden groots zijn en de kunst van de volksmisleiding tot in de puntjes te beheersen. Van levensbelang is ook dat de bewindsman heel het jaar door het volk met feesten en schouwspelen bezighoudt en de jan modalen op geregelde tijdstippen zogezegd raadpleegt en zelfs persoonlijke zondagse deur-aan-deur huisbezoeken aflegt. Nu en dan met het plebs samenkomen, handjes schudden, aan de cafétoog hangen, een klapke over voetbal of de tour de france doen en blijk geven van menselijkheid, menslievendheid, geduld en vrijgevigheid. Maar in ieder geval dient de bewindsman gezag en waardigheid te behouden, want dat is iets dat in geen geval mag ontbreken. Voilà, wat ik gelezen en geleerd heb uit de geschriften van mijn leermeester Niccolò Machiavelli, de basisfilosofie van de heerser, mijn politieke bijbel.

Jarretelle : Slotvraagske, wanneer is Quickie ‘Meneer Van Quickenborne’ geworden ?

Quickie : Een pijnlijke geschiedenis. Het spijt me dat ik in mijn politieke vlegeljaren gemeend heb populair te moeten doen met mezelf Quickie te noemen. Hoe kinderachtig. Wat een stommiteit. Toen ik vicepremier werd lachte Di Rupo en heel de regering mij uit. Ik heb dan iedereen gesmeekt om me niet meer Quickie te noemen. Het mocht niet baten, iedereen blijft mij Quickie noemen, waar ik ook ga of sta. Tot in The White House en het Elysée toe. Een nachtmerrie. Trump kent alleen ‘Mister Quick Burger’, hoe vernederend, en zijn First Lady Barbiepop noemt mij smachtend ‘my lovely Mickey’. Gruwelijk. Zelfs de geciviliseerde Manu Macron spreekt me aan als ‘Monsieur Le Quick’ wanneer hij aan de draad hangt, om nog van zijn moeder Brigitte te zwijgen. Ze noemt mij sans gêne ‘Ma Petite Ours Quick’. De teneur blijft : neem dat sujet niet ernstig. De functie maakt de man, maar de naam volgt niet. ‘Haha, Quickie, jointje smoren’ ? roepen ze me in ’t straatje na. Ik geraak er nooit aan gewend. Zucht.

Jarretelle : Lijfspreuk, motto ?

Quickie : ‘De liefde doet veel, maar geld doet alles’.

Dit bericht is geplaatst in Diepte-interviews. Bookmark de permalink.